trekkingsdag 31, Surke, ‘back on trek’

Surke, trekkingdag 31, 21-11

Ik ga nu echt weg. Daal de trappen van Namche af, naar het punt waar ik het zo zwaar had op mijn heen weg. Wauw wat heb ik daar flink moeten afzien. Niet wetende wat er zou komen. Nu weet ik precies de weg terug. De herinneringen komen steeds meer bovendrijven. De hangbrug die ik over ga, het pad, zelfs hoe sommige stenen liggen.

Ik probeer een groepje Yak’s in te halen. “Ga maar” zegt de yak rijder. Ik probeer over de bergpas  de beesten in te halen maar word door een van de Yak’s onderuit gehaald.  Geërgerd zeg ik “sukkel, ik zij toch dat het niet kon”, maar de yak rijder trekt zich er niks van aan.

Ik daal vrij stijl af naar top danda. Daar zag ik voor het eerst het topje van Everest vanuit de verte. Nu is het vrijwel niks meer waard. Ik daal in een flink tempo af naar Toktok en dan Phakding. Daar neem ik even pauze en drink thee op een zonnig terras. Ik voel me goed het gaat me prima af. Al merk ik dat mijn knieën veel te voortduren hebben zo bergafwaarts daal, ik nog een stuk verder af naar Surke. Het word al donker. Hier heb ik al eens eerder geslapen, dus opnieuw komen er verschillende herinneringen boven. De Spaanse jongen, de Nepalese trekkers. En ik eindig zelfs in dezelfde lodge. Het lodge meisje herkent mij zelfs nog.

Ik maak kennis met een Belgisch, Nederlands en pools meisje en een Australische en Canadese jongen. Ze hebben elkaar tijdens het reizen ontmoet. Ze zijn op weg naar boven en voor hun ben ik een geweldige bron van informatie. Opeens word het me duidelijk wat ik de afgelopen dagen heb meegemaakt. Wouw dat is geweldig. Ik doe een aantal aanbevelingen.

Na het eten heb ik eigenlijk nog honger. Zo ook de Canadese jongen. Wat zal ik nemen… hmm… we besluiten samen een pannenkoek te delen. één helft met pindakaas, de andere helft met honing voor mij. Ik ben blij dat ik eindelijk weer mijn eetlust terug heb. Goed eten is belangrijk voor wat energie. Ik ga slapen. Ik krijg zelfs dezelfde kamer. Toeval bestaat niet, meer voor mij.  

Trekkingsdag 32

De volgende morgen vertrekt het groepje eerder dan mij. Ik zwaai ze uit, nog moe als ik op sta. Ik heb het gehad, ik wil het liefst gewoon terug naar Kathmandu. Terug naar de beschaving, normaal eten en een goede douche. Ik twijfel of ik mijn route nog wel wil voortzetten naar Jiri, of dat ik niet beter kan afslaan op de route naar Phaplu. 

Ik daal af, maar in de Solo Khumbu is afdalen, soms juist klimmen. Ik moet namelijk eerst een flinke berg over. Vanochtend begon vol goede moed, halverwege neem ik een korte pauze, maar kan de klim makkelijk voltooien. Daarna moet ik een stukje afdalen en is de rest van de weg vrijwel vlak langs allerlei kleine dorpjes.

Die nacht eindig ik in Charikola. Ik had de hoop om Jubing te halen, maar ondanks ik flink heb doorgezet, ga ik dat niet meer halen. Ik ben kapot. Ik eindig ook nog eens in een niet al te beste lodge. Boudha lodge, vlak naast de oude stupa. De lodge is wat oud, maar voor een nachtje wel te doen.

Ik bestel wat eten. Het meisje gaat druk aan de slag. Ik zie haar zoeken naar een zakje soep. De kast is vrijwel leeg. Precies mijn gekozen kippensmaak heeft ze niet. “Oh het mag ook wat anders zijn hoor!” “Groente?”, vraagt ze vergelen. “Ja prima!” Na een tijdje komt ze terug met de soep. Alles wat ze voor me neer zet biedt ze met twee handen aan en haar hoofd nederig gebogen. Wat een respect! Ik voel me eigenlijk een beetje ongemakkelijk, omdat ik niet goed weet of ik het nou aan moet pakken of wachten tot ze het op  tafel zet.

Opa en oma, leven hier ook. Opa kijkt tv, hij drinkt iets geks (thober) het zijn zaadjes waar hij heet water over heen giet het sap drinkt hij met een speciaal rietje. Oma valt bijna in slaap. Ik besluit dat het voor mij ook wel bedtijd is. De lodge is koud en de TV staat zo hard dat ik het boven in mijn kamer nog kan horen.

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie