Trekkingsdag 23, Gokyo, ‘de laatste klim’

Gokyo, trekkingsdag 23, 13-11

Daar gaan we, de laatste klim. Gokyo. Het lijkt nu niet zo ver meer, maar dat valt nog vies tegen. Vooral in de ochtend als ik wakker word ben ik straal misselijk. Ik eet met heug en meug m’n toast, de korstjes zijn voor ‘el hamster’, mijn nieuwe vriendin, Marina.

Daarna gaan we weer als groep op pad. Ik kan het weer moeilijk bijhouden, maar ik trek me er nu niks meer van aan. ik weet dat ik het toch wel ga halen of ik nou snel of langzaam ben, al doe ik er de hele dag over. Ik loop een tijdje met de groep over een pad met rotsen en stenen. Ik gun mezelf even een wat langere adempauze. Mijn adem piept. Ik ben misselijk en verzwakt. Al gaat het stukken beter dan gister.

Weer terug bij de groep merk ik dat ik echt niet de enige ben die struggled. Iedereen heeft het best wel zwaar. Opnieuw is het bergopwaarts over een heuvelachtig pad met rotsen, we passeren een bevroren riviertje. De jongens gooien stenen als kleine kinderen. “Het blijven jochies he”, zegt de spanjaard. Ik lach. We moeten verder. Het is ijzig koud, langer stilstaan is niet echt aan te raden. Ik sjok achter het groepje aan. Mijn adem versnelt in een piepend, hijgend ritme. Ik stop. “Jongens gaan jullie maar, ik kom zo” Na gister zijn ze gelukkig niet meer zo bezorgd ook zij zijn er van overtuigd dat ik het wel ga halen. Op papier is het immers een simpel dagje, niet waar?

Op en neer over de bergen, heuvels rotsen en stenen. Als ik eenmaal langs het glaciermeer loop, besef ik pas waar ik het eigenlijk voor doe. Wauw dit is geweldig dit lijkt zo uit een of andere filmset te komen. Ijspegels die aan de rotsen hangen, boven het bevroren meer. Je hoort af en toe het water onder het ijs klotsen, het geeft een gek geluid, als een soort gong.

Voor mijn voeten ligt een bijzondere steen. Het heeft verschillende laagjes in meerdere kleuren. Ik stop hem in mijn jaszak. Dat is een mooi souvenir. Ik loop bergopwaarts. De wind snijdt, maar ik blijf doorlopen om mezelf warm te houden. In mijn hoofd maak ik soms 1,2,1,2 ritmes om door te gaan. Soms zing ik liedjes of neuri ik melodien. Ik zie enorm op tegen de steile berg voor mij. Moet ik daar echt overheen? Een vrolijke passant kruist mijn pad. Pff, ja die gaat berg afwaarts. Een moeizame beleefde “namasté” krijg ik nog net over mijn lippen. Ik ga door. Halverwege de berg zie ik meer mensen stoppen dan doorgaan.

Ik haal diep adem en ga dan stap voor stap door. Ook ik moet halverwege even rusten. “Nog even, kom op, zet door, je bent er bijna”, zeg ik tegen mezelf. Ik klim door en door tot de top. Daarna is het slechts een kleine afdaling om vervolgens nog een heuvel over te moeten. Maar dan bovenop de heuvel zie ik het dorpje Gokyo. Wauw! het meer, de lodges en de Gokyori voor mij, wat een avontuur. Ik ben volledig uitgeteld als ik richting het dorp loop. Ohja iets met friendship lodge hadden ze gezegd.

Eenmaal in de lodge krijg ik een klap van de warmte. Ik probeer me vast te houden. De jongen probeert me op te vangen. “Ik voel me niet goed!” Ik gooi mijn tas neer, terwijl de jongen een stoel neerzet. Ik plof neer. Drink wat water, als ik me beter voel sluit ik aan bij de rest van mijn groepje. Iedereen zit er zwaar doorheen. “Pff, dit was denk ik mijn zwaarste dag”, zegt het Franse meisje. We delen samen een drie persoonskamer met Marina. “Gezellig”, zeg ik alsof het een pyjama party word…

Het liefst had ik ook de gokyo ri beklommen. Vanuit de lodge heb ik een mooi uitzicht. Vandaag niet. Stop met jezelf te kwellen. Het is te veel. Stop gewoon. Dat zeg ik tegen mezelf. Het is mooi geweest, kap ermee. Hoeveel moet je, jezelf nog bewijzen?

De Spaanse man zit naast me. “Gaat het wel goed met je?” Hij zucht nee. “Ik ga met een helikopter naar beneden.” “Echt?, is het zo erg?” “Ja, ik voel me gewoon niet goed, zit er doorheen ik wil gewoon terug naar beneden. Ik wil echt niet meer lopen. Ik ben nou dingen regelen met de verzekering.” Het verbaast me dat het zo makkelijk gaat. Ook ik heb een goede verzekering afgesloten. In geval van nood zullen ze echt een helikopter sturen, maar dit is toch niet echt nood? Hij zal ongetwijfeld het erop gooien dat hij last heeft van hoogte ziekte. Boven de 5000 meter word een heli dan standaard vergoed. Toch na een hoop geregel zegt hij, “Morgenochtend wordt ik met de heli opgehaald.”

Ik ga naar een bakery. Nouja het is een veel belovende lodge met boven een grote dinning hall waar ze ook taart verkopen. “He, wat doe jij nou hier?” Het is de Chileense jongen die ik in Gorak shep heb ontmoet. “Oh wat grappig je hier te zien.” 

Zijn metgezellen zijn Spaans en hij ratelt lekker aan een stuk door. De jongen naast hem blijkt een Italiaan. Snap jij dan wat ze zeggen? “Nee lang niet alles, maar sommige dingen zijn hetzelfde.” Na een brownie en koffie ga ik in de hoek zitten, bij de kachel en lees m’n boek.

Ik moest maar weer eens terug naar mijn eigen lodge voor dinner. Onze lodge is niet zo warm en best wel sober. Maar gelukkig maakt het gezelschap alles weer goed. Die avond eet ik Dhal bath. Alles is hier best wel duur en Marina zegt terecht, met Dhal bath krijg je tenminste een ‘refill’. Van rijst en misschien wat dhal, maar geen groente hoor. Ach het smaakt wel. Na te zijn opgewarmd bij het vuur maken we ons klaar voor de nacht.

Het word toch wel een soort pyjama party, we moeten hard lachen, de een ziet er nog erger uit dan de ander. Marina met jas en al in haar slaapzak gewikkeld. Volledig ingesnoerd. Het Franse meisje ligt naast mij, ook volledig in haar slaapzak gewikkeld. Ik volg het voorbeeld van Marina en slaap ook in mijn jas, het is een goede manier om het eerste moment warm te worden in je slaapzak. “Jij mag helemaal niet zeuren met je warmwater fles” “Haha, jullie zijn gewoon jaloers”

 

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie