Trekkingsdag 22, Cho La pass, ‘upside down’

Cho La pass, trekkingsdag 22, 12-11

Nu moeten we die zelfde hoogte stijl naar beneden afdalen over een zandpad met hier en daar wat rotsen. Ik krijg op de een of andere manier niet echt een klik met het tweetal. Ik probeer een gesprek aan te knopen wat niet echt op gang komt. Ze komen uit Ierland, maar ik krijg alleen beleefde antwoorden terug. Niet echt enthousiast. “Ik ga alvast, ik zie jullie zo wel.” Ik wil liever alleen verder. Ik loop over het steile zandpad en het is geen wonder dat ik daarover uit glip en met mijn backpack door het zand afdaal. Ik sta weer op. Het is ook veelte stijl, ik ben nu nog voorzichtiger dan ik al was. Het stel haalt me al snel weer in. Het meisje claimt dat afdalen haar expertise is en ze wel voorop gaat. Prima. Ik volg wel. Ik vind haar stappen niet altijd even logisch, maar goed ik daal af volgens mijn eigen inzicht.

Voor mij loopt de jongen. Plots zie ik hem uitglijden. Hij maakt letterlijk een drie dubbele salto en blijft als een soort sneeuwbal van de berg afrollen. “Oh nee!” schreeuw ik. Maar er is niets wat ik kan doen. Net op het juiste moment komt hij tot stil stand. Hij bungelt letterlijk boven de afgrond van een grote rots. “Gaat het?” Mijn val was natuurlijk helemaal niet belangrijk vergeleken met zijn valpartij de rest van de weg gaat het over hoe geweldig hij is. Dat hij op de rand van de afgrond stond en geluk had. Achter ons horen we rots blokken vallen. F*ck dit is gevaarlijk! We begeven ons zo snel mogelijk naar beneden. Het tweetal versnelt, ik blijf op mijn eigen tempo door lopen. Bewust van een mogelijke lawine van rotsen val achter mij. Niet ten koste van alles.

Beneden zit de jongen zich weer aan te stellen. Hij heeft een schaafwond op zijn knie die door zijn vriendin uitvoerig word behandeld. Ik blijf een tijdje wachten voor we weer verder gaan. Ik loop nu voorop. Achter me loopt de jongen. “Ja eigenlijk, vind je het goed als ik voor ga? Ik loop liever in een bepaald ritme, anders word ik zo snel moe.” Dit is een manier om mij even in te wrijven dat ik te langzaam ben, niet in een ritme loop en hij veel beter is dan ieder ander. “Oh maar natuurlijk joh, je hoeft niet op mij te wachten hoor, gaan jullie maar lekker in je ritme!” Ik ben er klaar mee. Ze zijn beleefd, maar niet oprecht aardig. Zijn alleen gefocust op zichzelf en staan niet open voor een nieuw contact. Prima. Ik loop toch liever in mijn uppie. Mijn tempo is iets in de trant van stap, stap, hijg, stap, hijg, stap, stap, rust. Totaal geen ritme, maar puur op wat mijn lichaam aangeeft.

De weg is inmiddels een stel rotsen en daarna een heuvel. Ik rust even uit. Naast me zit een porter op het stenen randje. “Hoever nog?” “Ach, het is niet zo ver hoor, het is achter deze heuvel.” Ik raak al weer bijna blij van opluchting, maar ik weet inmiddels beter. “Dus direct achter deze berg is het. Geen grapjes, geen geneuzel?” “Nee echt, achter deze berg is het.” Hij loopt op me vooruit. Ik drink nog wat water en ga dan de berg over.

Daar achter zie ik nog niks, maar opnieuw een berg. Hij zal achter deze berg wel bedoelen. De berg is best wel hoog, boven zie ik een vlag wapperen in de wind. Vaak het teken dat ik op de goede weg ben, ik ben er bijna. Maar nog niet helemaal! Daar beneden zie ik water. Water is vrijwel altijd een teken van leven. Dorpjes settelen zich immers naast een waterbron. Maar het blijkt dat de weg langs de rivier nog verder gaat.

Het is napali vlak. Mijn misselijkheid is iets minder. Mijn gehijg krijg ik steeds beter onder controle nu ik over het vlakke stuk loop. Opeens zegt een stemmetje in mijn hoofd: “Vergeet niet te genieten.” Ik kijk om me heen. Verdomme wat is dit mooi! De half bevroren rivier, de velden het lijkt net Ierland. Of ander land met vlaktes. De zon schittert in het water van de rivier. Ik moet over stapstenen over de rivier, waarna ik het pad langs de rivier verder blijf volgen. Er is niemand; alleen ik. Ik en deze prachtige natuur. Het water dat zachtjes voorbij kabbelt.

Als de zon eenmaal onder is, is het een stuk frisser. Ik stop om mijn donsjas aan te trekken. In mijn tas zie ik het zakje m&M’s die ik van de heren heb gehad. Als een soort medicijn neem ik een M&M in mijn mond. Ik bijt de chocolade laag kapot. Dit is een geniet momentje. De zon verdwijnt. Er ontstaat een mist welke de plek een stuk mysterieuzer maakt. De rivier lijkt nu meer een scene uit Lord of the rings. Toch voel ik me sterk. Ik ga het halen!

Na uren lopen kom ik aan in het dorpje. Ik ruik de rook van kachels die branden in de lodges. Het zijn er niet veel. Bij de derde lodge sta ik stil dit lijkt me wel wat. Als ik de lodge binnen stap weet ik dat toeval niet meer bestaat. Het groepje heeft zich bij precies deze lodge ingecheckt. Marina springt op. “Taryn! Wauw, ik dacht dat je terug was gegaan. Je hebt het gehaald. Jeetje wat knap!” Ze geeft me een overwinningsknuffel. Die ik dankbaar in ontvangst neem. Nu volgt de rest van het groep. Ik word letterlijk warm onthaalt in de dinninghal van de lodge. Ze hebben nog precies 1 kamer over. “Je hebt geluk”, zegt de eigenaar. Ik glimlach, “Dat weet ik…” Kamer nummer 8. Mijn geluksgetal.

Ik begeef me in de dinninghal en bestel mijn avondeten. Wat zal ik eens nemen? Het eten is niet al te gevarieerd. Laat ik eens voor een kop soep en een springrol gaan. Het is eigenlijk meer een soort groot uitgevallen loempia met wat groente erin. Het is veelte veel en ik krijg het niet op. ik ben echt mijn eetlust verloren. Ik drink verder mijn pot thee en schrijf wat aantekeningen in mijn boekje. Oh ja hoor, iedereen moet alweer lachen als de lodge jongen met de menukaart aankomt. Het ontbijt… Wat zal ik nu weer eens nemen. Ik ga maar weer terug naar mijn vertrouwde toast met boter en jam.

Ik slaap op de deken van het ene bed, om het matras wat zachter te maken, in mijn slaapzak met daaroverheen de andere deken. Het is aangenaam warm. Met de kruik in mijn slaapzak word ik snel warm. S ‘avonds ga ik met mijn hoofdlampje naar de wc en terug in me slaapzak val ik weer snel in slaap. De volgende ochtend word ik door Marina gewekt. Opnieuw geen telefoon en dus geen wekker, gelukkig heb ik altijd wel iemand voor mijn ‘wake up call’.

 

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie