Trekkingsdag 21, Dzongla ‘Spaanse vrienden’

Trekkingsdag 21, Cho la pass, Dzongla 11-11

 

Het is best luidruchtig op de gang. Het zijn de porters die druk tegen elkaar aan het schreeuwen zijn. Er lekt water uit het dak op de grond. Ik pak mijn spullen, drink wat thee en ga dan langzaamaan weer op weg. Vandaag word een makkie. Ik had gister eigenlijk in het dorpje Dzongla aan willen komen, om vanuit daar de cho la pass over te gaan. Omdat ik mij zo slecht voelde ben ik in Lobouche gestopt. Vanaf hier zou het een kleine 2uurtjes lopen zijn naar Dzongla.

Ik loop het dorp Lobouche uit, waar de zon mij probeert te verwarmen. Ik pauzeer bij de splitsing met het bord namche/cho la pass. Misschien doe ik er goed aan gewoon terug te gaan naar Namche, ik voel me nog steeds niet in top conditie. Aan de andere kant is vandaag een kort dagje waar maak ik me druk over? Ik kan de rest van de middag uitrusten, voordat ik morgen de cho la pass over ga.

Ik zoek in mijn tas, ik heb  nog een gekookt eitje van gister. Ik denk aan de mannen. Wat kan een mens gelukkig worden van zo iets simpels als een eitje. Ik eet wat nootjes en volg dan de route ‘cho la pass’.

De route begint met een uitgestrekt veld met keien. Daarover ligt een laagje ijs. Wauw wat is dat prachtig. Voorzichtig loop ik naar de overkant, waar ik over een zandweg stijl omhoog loop. Wauw wauw wauw wat een uitzicht. Ik loop over de bergpass, welke bestaat uit een smalle richel langs de berg. Ik moet goed uitkijken waar ik loop. Een misstap is een val van de berg. Aan de overkant zie ik de route vanuit Dingbouche welke ik eerder heb afgelegd. Wat bijzonder dit.

Na een tijdje vol gehijg en langzame stappen vooruit, kom ik aan bij het glacier meer waar ik eerder in de route een kleine glimp van had opgevangen. De zon schijnt, waardoor het water schittert. Een klein deel is bevroren het andere deel heel kleine golfjes, welke door de zon oplichten. Dat alles met bergen in de achtergrond.

Ik moet echt even uitrusten. Ik vrees voor AMS/hoogteziekte. Mijn hoofd bonkt ontzettend en ik voel me zwak en misselijk. Uitrusten met dit uitzicht is geen straf. Weer een stukje verder, weer uitrusten en zo ga ik over de route. In de verte zie ik de lodges van Dzongla. Het is voorbij de vallei waarbij ik eerst een stuk naar beneden loop en daarna met heel veel moeite omhoog ga. Stap voor stap over het zandpad omhoog.

Hehe ik heb het gehaald. Wat een beproeving weer. Ik heb er letterlijk een halve dag over gedaan in plaats van 2 uurtjes. Dat alles alleen maar, omdat ik zo ziek ben. Ik zoek een lodge. De eerste lodge heeft geen plek. De tweede vraagt 500rp als ik de kamer binnen kom plof ik neer op het bed. Bam! Het is letterlijk een houtenplak. Ik lig even. Kan ik hier mee leven? Ik pak mijn tas op, strijk het bed glad en loop dan weg. Ik geef de sleutel terug, “sorry maar 500rp voor een houtenplank vind ik te veel”. De jongen kijkt verbaast en haalt zijn schouders op. Het kan hem niks schelen. Ik ook niet!

Ik loop naar een andere lodge. We hebben geen kamers meer, “tenzij je het niet erg vind om een kamer te delen?” Ik denk even na, in een hostel slaap ik ook in dormrooms. Ik hoef het maar met een iemand te delen. “Is het een meisje?” “Ja is een meisje” “Dan vind ik het niet erg.” Het blijkt dat het meisje nog onderweg is. Ik snap er niks van hoe heeft ze die kamer dan geboekt? Maar het blijkt dat een van haar vrienden dat voor haar heeft geregeld.

Ik voel me nog steeds niet goed, neem plaats in de lodge. Misschien dat soep helpt. Terwijl ik wacht op mijn soep voel ik me niet goed worden. Ik kijk naar de man achter de balie. “Ik voel me niet goed.” Hij kijkt bezorgd, maar hij kan moeilijk iets doen. Ik krijg het opeens bloedheet, voel me draaierig en dan… Ik val flauw. Een van de trekkers aan de andere kant van de lodge springt op. “Misschien moet ze even liggen.” Hij legt me neer op de bank van de lodge. Hij geeft me een paracetamol welke kapot valt in mijn mond. “Dat werkt sneller” ik knik. Snel voel ik me iets beter.

Iemand met een zuurstofmeter knijpt het apparaatje op mijn vinger. Je zuurstof is iets te laag, maar niet extreem. Ik kom weer overeind.  Er staat een kom soep voor mijn neus. “ik snap er niks van ik kom vanaf gorakshep en sinds ik afdaal voel ik me zo slecht. Voorheen had ik moeite met ademhalen, maar ik voelde me verder oke.” “Je bent wel aan het afdalen, maar zit alsnog ronde 4800 meter hoogte. Voor een lange tijd slaap je al op een flinke hoogte. Rust wat uit morgen voel je, je vast beter.”

Na mijn soep ga ik inderdaad maar even op bed liggen. Slapen lukt me niet, maar ik luister naar muziek. Na een tijdje zwaait de deur open. Het is mijn nieuwe roomie. Een vrolijke Spaanse meid. “Pff, nou wat ben ik blij dat ik er ben zeg, pff nou zeg wat een stuk, vooral dat laatste deel. Ik hoorde dat je niet zo lekker bent? Je moet echt meer water drinken! Moet ik nou ook gaan doen, echt veel he!” Ze gaat naar de dinninghal om thee te drinken. Ik probeer ook wat water te drinken.

Na een tijdje sta ik op, ik voel me ietsje beter. In de dinninghal bestel ik mijn avondeten. Marina, mijn Spaanse roomie, heeft een groepje lodge vrienden om zich heen verzameld. Deze heeft ze al eerder ontmoet in een lodge in Lobouche. Ze vragen of ik met hun mee wil over de cho la pass morgen. Ja, ach waarom niet. Iedereen waarschuwt mij dat het een gevaarlijke tocht is en ik beter met iemand mee kan lopen. Het is een gevarieerd gezelschap twee Spaanse mannen welke een gids en porter hebben. Een Engelsman en een Engelse man welke in Spanje woont, hij heeft ook een guide. Hij denkt goed Spaans te spreken, maar daar denken de Spaanse vrienden anders over, wat soms grappige taferelen oplevert.

Nog voor we klaar zijn met het avondeten komen ze alweer met de menukaart voor het ontbijt van morgen. “Pff. Ik weet nooit wat ik moet bestellen hoor. Hoe weet ik nou waar ik morgen trek in heb?” Marina doet een suggestie, neem de hot porrage met appel dat vult lekker en heb je genoeg energie. Ik besluit haar advies op te volgen.

We noemen haar el hamster, omdat ze bij iedereen de ‘leftovers’ van het bord eet. “Ja ik heb honger en anders wordt het weggegooid” “je hebt helemaal gelijk hoor meid” Rond een uur of 20, trekkers bedtijd gaan we de kamer in. Ik lach me helemaal kapot met Marina, haar Spaanse Engels en hoe ze in haar slaapzak springt. “Wat is het koud, bah”.

Ik lig al lang en breed geïnstalleerd in mijn slaapzak. Deken erbovenop thermo ondergoed aan en een muts op mijn hoofd. Ik ben zo blij met mijn heetwater fles die mijn slaapzak verwarmd. “Trek je nou je jas aan?” Ze grinnikt, “Ja dat doe ik alleen voor het begin hoor als ik het warm genoeg heb gaat ie weer uit.” We vallen in slaap. Ik moet plassen, maar ben bang dat ik Marina wakker maak. Na een tijdje sluip ik toch maar de kamer uit naar de wc. Haar deken ligt op de grond. Zal ik die over haar heen gooien? Ze slaapt zo lief. Helemaal in haar slaapzak gerold. Misschien heeft ze het express gedaan, omdat ze het warm heeft?

 

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie