Trekkingsdag 20, terug naar lobouche, ‘helse tocht’

Trekkingsdag 20, terug naar Lobouche, 10-11

Ik loop het dorp van Gorakshep uit. Ik voel me niet helemaal goed. Dat was ik op weg naar basecamp al niet, maar het word alleen maar erger. Huh maar ik ben nu toch juist aan het afdalen? Dan zou ik mij toch beter moeten gaan voelen? Na een flink stuk waarbij ik mezelf door de bergen trek kom ik aan op de herdenkingsplaats, waar ik een aantal dagen geleden ook was. Ik herinner mij nog goed dat ik vooral op dit punt er helemaal doorheen zat. Datzelfde gebeurt nu weer. Ookal weet ik dat ik naar beneden afdaal, voel ik mij niet goed en zit er helemaal doorheen.

Het word ook al steeds later en een flinke mist stijgt op uit de bergen. De zon is ver te zoeken en het word ontzettend koud.

(Proloog uit mijn nieuwe boek?)

De ijzige kou snijdt zelfs door mijn donsjas, mijn fleecevest en merinno baselayer. In de verste verte is niemand te zien. Ik ben echt op mezelf aangewezen. Ook al loop ik omlaag, voel ik mij ziek, zwak en misselijk. “Doorlopen Taryn, kom op, niet stilstaan”, galmt het door mijn gedachten. “Als je door blijft lopen, blijf je warm. Dat is de enige manier.” Spreek ik mezelf streng toe. Mijn benen voelen aan als pap. Toch blijf ik mezelf door pushen. “Misschien dat thee mij warmte bied.”, ga ik de discussie met mijzelf aan. “Nee, taryn dan moet je stilstaan om je thermosfles te pakken, dan vat je kou. Er zit niets anders op dan gewoon door te gaan.”

Ik zie mijn bergschoenen, stap voor stap over het pad gaan. De weg is voor Nepalese termen, vlak. Toch enigszins weelderig, glooiend, met rotsen en zand. Op een ander moment had ik vast van het uitzicht genoten, van de bijzondere route, maar op dit moment voel ik alleen maar de kou van de wolken die zich om mij heen vullen. De dikke mist lijkt erger te worden. Is dat nou sneeuw? Er vallen kleine druppels op mijn gezicht.
Ik trek mijn muts verder over mijn oren. Ik zie twee rotsen dicht op elkaar staan. Daar tussen kan ik misschien schuilen. Ik hurk neer tussen de rotsen en pak mijn thermosfles voor wat thee. Kleine dampwolkjes stijgen boven de fles uit. De warme vloeistof glijd via mijn keel naar mijn buik. Waar het mij inderdaad, voor een klein moment, warmte bied.

“Kom op, doorgaan, je kunt hier niet blijven zitten, het wordt alleen maar kouder en snel donker.” In de dichte mist is weinig te zien. Behalve mijn voeten die stappen door het zand zetten. De weg heeft smalle wandelgeulen waar ik mij doorheen voortbeweeg.

“Hé, how are you?” hoor ik opeens achter mij. Verschrikt kijk ik op uit mijn gedachten. Het is een porter. De nepalese jongen draagt een flinke bagage op zijn rug, terwijl hij mij voorbij snelt. “Ik zag je in de lodge in Gorak shep.” Nu pas herken ik hem. “Je loopt wel snel zeg.” Ik kan hem nauwelijks bijhouden. “Ik moet nog helemaal naar Dingbouche.” Dat is inderdaad een flink eind. Ik wil hem niet langer ophouden en laat hem doorlopen. In de verte zie ik hem verdwijnen in de dichte mist. En dan ben ik weer alleen…

 

Ik moet doorgaan zegt het stemmetje in mijn hoofd. Ik kan hier niet blijven. Ik push mezelf over de vlakte. Ik ruik de geur van vuur. Dan zijn de lodges vast dichtbij. De mits is te dik om ook maar iets te zien. Ik steek een klein beekje over en dan zie ik toch de eerste lodges uit de mist opdoemen. Hehe ik heb het gehaald. Ik ga terug naar de eerdere lodge welke op de heenweg vol was. Het is al laat. Ik hoop zo dat ze een plek hebben. In de lodge komt een enorm fijne warmte mij te gemoed. Bij de balie vraag ik of er een kamer vrij is. De man kijkt ernstig en haalt dan zijn vrouw erbij. Ze zegt iets wat ik nog niet helemaal begrijp. Alleen haar woorden dat er een kamer is, maar zozo maken mij al blij zat.

Ze laat me de kamer zien. Een klein hok waar een tweepersoonsbed staat. Het ziet er netjes uit. Wat zeurt ze nou, niet geweldig. Blijkbaar is het probleem dat er geen verlichting is en ze laat me het schattige bedlampje op batterijen zien. “Zo doe je hem aan en uit.” Ik weet niet waarom, maar er rollen tranen over mijn wangen. Tranen van opluchting!

Ik val de vrouw in haar armen. “He rustig maar meisje, het komt goed!” “Ik ben zo blij dat ik hier kan blijven!” “Rust maar lekker uit. Wil je thee?” Ik kom zo beneden. Ik veeg de tranen weg. Pak mijn boek en thermosfles voor thee. En ga dan naar beneden. Er is nog een tafeltje vrij. Mijn telefoon kan ik opladen voor 400rp tot hij vol is ipv 400rp per uur. Ik wil naar huis bellen of mailen, maar dat is zelfs met een volle telefoon niet mogelijk, er is geen bereik. Ik vestig mijn hoop op morgen, maar ook dan is er geen bereik op deze hoogte. Ik voel me ziek en misselijk. Ik bestel toch maar wat te eten. Ik forceer mezelf de afgelopen dagen te eten. Zonder eten heb ik al helemaal geen energie.

Om me heen zit een groep polen. Twee van de meisjes zijn ziek, dat zie ik aan alles. En van de twee is er echt slecht aan toe. Ze zit naast me op de bank en trekt opeens van alles uit. “Ik heb het zo warm zegt ze tegen het andere meisje die haar verbaast aan kijkt. De dinninghal is behaaglijk warm, maar de kachel staat aan de andere kant van de ruimte. Het duurt voor mij nog even voor ik op gewarmt ben en zit met drie lagen kleding en mijn donsjas nog steeds te klapper tanden. Het meisje zweet zich kapot. Ik vrees het ergste. “Ik ga flauwvallen”, zegt ze. Ze grijpt de tafel vast en valt dan voorover, zit op handen en voeten op de grond en begint dan te kotsen. De lodge vrrouw komt meteen te hulp met een plasticzak en een doek om de vloer mee schoon te maken. Dit is hoogteziekte op een gevaarlijkpunt. Ze moet zo snel mogelijk naar beneden afdalen.  

Ik praat wat met een van de Poolse jongens. Ze zijn met een georganiseerde reis, een aantal van de groep gaan ook Island peak beklimmen het grootste deel gaat slechts alleen naar Basecamp. “Nou dit meisje gaat helemaal nergens heen.” zeg ik. “Hij knikt, “nee dat lijkt mij ook niet.”

We kletsen een tijdje terwijl we wachten op ons eten. Hij en zijn groepsgenoten nemen zoveel medicijnen alsof het snoepjes zijn. “Zeg weet je wel hoe slecht dat is? Wat in godsnaam neem je allemaal in.” Ik kijk op de verpakking. Veel dingen zijn vrij onschuldig, maar in mijn ogen toch een beetje overbodig. “Hoeveel diamox neem je?” we begonnen met 1 per dag, nu smorgens en savonds 1. “Maar voel je, je goed?” “Ja, ik voel me prima hoor.” “waarom dan zoveel van die troep slikken?” “Omdat ik een van de mensen ben die island peak ga beklimmen, ik kan het mezelf niet veroorloven nu ziek te worden.” Ik zie onder andere vitamine pillen op tafel. “Mwa prima idee, maar waarom je paracetamol neemt terwijl je, je goed voel snap ik niet. Stel dat je straks alsnog ziek word, dan helpen deze pillen allemaal niet meer. Wat betreft de diamox, deze zou ik alleen nemen als je, je echt ziek voelt, het is een vrij nieuw medicijn waar weinig over bekend is wat het in de toekomst met je doet. Het heeft ook best wel wat bijwerkingen. Ik raad je aan alleen in Gorakshep 1 te nemen voor je gaat slapen, als preventie”. Ik denk niet dat de jongens zich iets van mijn bezorgdheid aantrekken. Al trek ik wel de aandacht met mijn verhaal, na het behalen van Basecamp ben ik nu ervaringsdeskundige. Na het eten ga ik naar mijn kamer, waar het kleine lampje op batterijen, de kamer tevergeefs verlicht.

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie