Trekkingsdag 15, Somare ‘bidden met de monniken’

Trekkingdag 15, Somare, 5-11

Sta ik dan, in de vroege ochtendkou, de zon is nog geen eens op. Mijn adem maakt wolkjes in de lucht. Mijn lichaam rilt. De poort van de monnastary is nog dicht. Ik loop heen en weer om mezelf een beetje warm te krijgen. Ik kijk op de klok van mijn telefoon, oke ik ben ook wel een beetje te vroeg, blijkbaar is 7uur, exact 7uur, want dan pas gaat de poort open.

Opnieuw loop ik door het binnenplein en dan de trap op, naar de monnastary. Voor de ingang moeten we onze schoenen uit. Voor mij gaat een man een vrouw en wat ik aanneem hun guide. Dan betreed ik de zaal. Een enorm Boeddha beeld staat centraal aan de achterste wand, daarvoor staan allerlei attributen, zoals kaarsenhouders, schaaltjes bloemen en dingen die ik vanuit de verte niet goed kan zien. De man legt zijn handen plat tegen elkaar, houd de namasté houding voor zijn voorhoofd, zijn hart en gaat dan door zijn knieën, legt zijn handen voor zich op de grond en buigt dan verder naar voren, daarna staat hij weer op en herhaalt deze handeling 3 keer. Het meisje volgt als een schaap dezelfde bewegingen.

Ik ben best bereidt mij tot Boeddha te buigen, maar weet niet zo goed hoe dat moet. Ik blijf maar respectvol rechtop staan terwijl ik in gedachten mij tot hem buig. De houtenvloer kraakt onder mijn sokken. In het midden staan houtenboxen om op te zitten met daarop kussens en kleden. Hmmm, comfy denk ik. Langs de muur liggen yoga matjes op de grond, die zijn bedoeld voor ons, om op te zitten. Ik kan mijn knie niet buigen waardoor mijn kleermakers zit er een beetje gek uit ziet. Mijn voet ligt ergens op het hout van de vloer terwijl mijn andere voet een ‘halve’ kleermakers zit maakt. Mijn voet word ontzettend koud. Het is er überhaupt niet echt warm. Ik kruip nog iets verder in mijn donsjas en trek mijn handschoenen aan.

Naast mij zie ik het drietal in meditatie. Naast mij komt nu een meisje zitten. Ze heeft een beertjes muts op haar hoofd en begint dan tegen mij te praten. “Jij bent ook Nederlands, toch?” Ik ben verrast door haar vraag. “Ja, maar hoe weet jij dat?” “Oh, dat zei het stel die je gister tegen kwam” Ik lach, “ja dat klopt”. We praten zachtjes, maar ik voel me toch een beetje bezwaard. Ze moet weer weg, “ik heb om half 8 mijn ontbijt, het duurt wel lang voor de monniken komen”. Het is bijna kwart voor 8 als ik de eerste monnik in de zaal zie komen. Hij loopt naar het grote Boeddha beeld en verdeelt water over 7 verschillende schaaltjes en zet iets van een soort thee lijkt wel. Daarna loopt hij weer weg. Enkele minuten later komt hij terug met een wierrook tonnetje en verspreidt de rook door de ruimte. Daarna loopt hij weer weg. Pas om een uur of 8 komen een tweetal monniken terug de zaal in. Ze nemen plaats op een van de houten banken en installeren zich voor het gebed. Ze zitten in kleermakerszit en slaan een rode deken om hen heen.

De eerste monnik begint, na wat geblader in zijn boekje, mompelt hij de eerste woorden. Zijn collega, valt in als een soort ritmisch symfonie, die in kanon elkaar opvolgen. Het is een bijzonder gezicht. Ik last van mijn knieën terwijl ik mezelf nog steeds in een soort van kleermakerszit duw. Ook vallen mijn ogen bijna dicht van vermoeidheid. Ik besluit daar handig gebruik van te maken, ik mediteer. De stemmen van de twee monniken voor mij nemen me ver weg naar een plek voorbij mijn bewust zijn. Opeens stoppen de stemmen. Mijn ogen zijn wijd open gesperd.

Ze ruimen hun boekje en deken weer op. Iedereen staat op en loopt druk te zoeken naar wat roepies. Ik trek 100rp uit mijn geld etuitje. Zal dat genoeg zijn? Bij lange na niet, maar ik geloof dat vooral monniken wel begrijpen dat het gaat om het gebaar en de dankbaarheid dan het daadwerkelijke bedrag. Ik stop het in de donatie box.

Buiten de zaal staan mijn schoenen naast elkaar in het rek. Ik trek de veters stevig aan. Ik zal weer veel moeten lopen vandaag.

Bij de bakery koop ik een stukje bananen cake en een koffie waar ik flink wat scheppen suiker bij gooi. Dan ga ik terug naar mijn eigen lodge, ik moet daar ontbijt bestellen. ik bestel een pot heet water waar ik thee van zet. Waarom heb ik eigenlijk zo een haast? Ik pak mijn leesboekje er nog even bij en laat mij wegdrijven over de woorden van Tess Gerritsen, mijn favoriete schrijfster.

Ik merk dat de lodge eigenaar druk bezig is met de stoelen op de tafels te zetten en met een wat wij een heksenbezem zouden noemen, de lodge begint te vegen. Een stofzuiger dat kennen ze hier niet hoor! Ik lees rustig verder, tot opeens de man voor mij staat. “Het is nu schoonmaaktijd, zou je misschien buiten willen gaan zitten?” Ik ben geschokt door het vreemde verzoek, “euhm, nou ik zit juist hier om een beetje op te warmen.” Daar heeft de man geen boodschap aan, ik moet gewoon oprotten. Dat ik een betalende klant ben die nog bezig is een pot thee weg te werken, daar heeft hij ook geen boodschap aan. Op mijn beurt probeer ik mijn thee in een versneld tempo op te drinken. Pak mijn spullen en vervolg mijn trekking. Pff, belachelijk eigenlijk, maar dat zal hier wel weer normaal zijn ofzo.

Ik loop over het brede pad naar beneden. Vervolg mijn weg door een bosrijk gebied. In de verte zie ik een paard tussen de bomen, zijn sherpa voert hem karton. Nou, dat lijkt me net echt goed voor een paard? Of wel? Terwijl ik met mijn pijnlijke knie ‘de trap’ af strompel. Zie ik het paard op hol slaan. Ik lach in mezelf. Ja, logisch als ik dat paard was zou ik er ook vandoor gaan…

Onderaan de ‘trap’ kom ik aan in Debouche, dat ging best wel snel. In het volgende dorpje Pangbouche, voel ik me opeens niet zo lekker. Misschien loop ik iets te snel, ik voel een bepaalde druk in mijn hoofd en een misselijk gevoel. Ik ga even na hoeveel ik vandaag heb gedronken. Vooral in het begin was het moeilijk om zoveel te drinken, maar ik heb daar best wel wat voorzorgsmaatregelen voor genomen. In Tengbouche een halve liter thee, onderweg een andere halve liter water… en er zit nog thee in mijn thermosfles…. Dat is dus lang niet genoeg. Hier in de bergen is het streven minimaal 3 ipv 2 liter per dag.

Ik strijk neer in een theehuisje. Er is geen menukaart. “Wat heb je in huis? Wat kun je maken?” “Noodlesoup?” vraagt het vrouwtje. Ik denk dat het zout van de soep mij wel zal helpen. Ondertussen drink ik mijn thee en wat water. Ik voel me al snel beter na de flinke kom noodlesoup en besluit dan toch verder te gaan. Niet helemaal tot aan Dingbouche dat is misschien te hoog. Maar Somare is slechts een 40meter hoger dan Pangbouche dus dat moet in theorie te doen zijn.

Ik ga verder omhoog tot het dorpje Somare. Op dat moment zou ik nog verder kunnen lopen, maar ik heb met mezelf afgesproken niet meer zo lang door te gaan. Daarnaast merk ik dat het weer best wel omslaat. Het is mooi geweest voor vandaag. Ik passeer een check point, wat er zo ontzettend amateuristisch uit ziet dat ik in twijfel trek of het wel klopt. Ik moet 500rp betalen en krijg een papiertje mee, welke ik bij mijn lodge moet afgeven, dan kan ik er gratis overnachten. Niks gratis dus, gewoon 500rp hoor.

Ik kies voor de lodge helemaal bovenaan in het dorpje. Dan heb ik vast een mooi uitzicht. Die heb ik, mijn favoriete berg, Ama Damblam stijgt boven het dorpje uit. De lodge heeft vier slaapvertrekken en een buiten wc, waarvan ik de deur moet vast houden anders waait hij open. Nouja het moet dan maar, het is voor een nachtje wel prima.

ama dablam
Ama Dablam

Ik wil mijn telefoon opladen, maar nu de zon weg is, is er niet genoeg solar. Ik ga dan naar een ander theehuisje en vraag de vrouw of ik daar mijn telefoon kan opladen, het kost me 350rp. Het is een hoop geld voor een beetje stroom, maar stroom is hier nou eenmaal kostbaar. In vergelijking met Europese prijzen, mag ik nog steeds niet klagen. Ik drink een milk tea en lees verder in mijn boek. Nu ik mijn laptop in Namche heb achtergelaten is dat de enigste manier om mij te vermaken. Ik denk dat voor een schrijver het soms juist goed is een voorbeeld te hebben. Daarnaast is het voor mij als persoon ook wel goed in sobere omstandigheden en in rust te leven. Ik denk dat het ook mijn schrijfstijl zal bevorderen.

Ik ga terug naar mijn lodge, waar ze de chimni, (nepalese kachel) voor mij aansteken. Bij gebrek aan hout wordt dat hier met gedroogde yakpoep gedaan.  Op zich is dat natuurlijk een uitstekende oplossing. Ecologisch ook nog. Dat deden wij vroeger met turf, toch? Ik kruip wat dichterbij en krijg het al snel behaaglijk warm. Ik lees de laatste hoofdstukken van Incendio, (het vuur) waarbij het vuur daadwerkelijk knettert…

Tijdens het eten krijg ik een soort overhoring van de Sherpa’s, een man die maar in het slecht Engels blijft praten en praten. Wat ik uit zijn verhaal opmaak is dat hij niet meer kan lopen door een pen in z’n heup en daarom nu ‘kok’ is. Hij lijkt niet echt blij met die baan, maar andere alternatieven heeft hij niet. Al snel gaat het gesprek, wat mij betreft, de verkeerde kant uit. Het begint onschuldig met wat voor werk ik doe. Na mijn pre-midlife crisis en jobstruggles, waarbij ik een vrij uitgebreid CV heb opgebouwd, houdt ik het tijdens mijn reizen vooral simpel. “I’m a nurse.” Nou, daarmee stijg ik gelijk al in rang. Wat ik overigens onzin vindt, als ik een goede kok was geweest had ik dat ook zeer waardevol gevonden. Daarna vraagt hij zonder blikken of blozen naar mijn inkomen. Ik had mij al voorbereid dat vooral in India de mensen dat zullen gaan vragen, daar is een soortgelijke vraag helemaal niet onbeleefd en word het juist gezien als het tonen van interesse. Aangezien ik al jaren niet meer werkzaam ben als verpleegkundige weet ik ook zo snel het antwoord niet. Het is iets boven ons Nederlands modaal inkomen. Dus ik gok op €1500,-/ maand. (bij een fulltime contract) De man staat met zijn oren te flapperen en loopt wat op zijn rekenmachine te rammen. Hij laat mij de cijfers op de rekenmachine zien dat is het in roepies. Zoveel!

Ben je getrouwd? Dit keer heb ik geen zin in lastige vragen dus ik zeg volmondig “ja”. Dit keer ben ik getrouwd met een hollandse man, die veelte druk is met zn werk en geen vrij kon krijgen. Wat voor werk doet hij? Hij werkt bij een bank. Ohh deze vraag had ik natuurlijk moeten zien aankomen. Ook zijn inkomen is van belang. Als een hoge pief gooi ik het erop dat hij €2500,-/ per maand verdiend. Nou dat word in roepies omgerekend en bij elkaar opgeteld. Ik ben ontzettend rijk! Dat blijkt wel. Geen kinderen? Ja hier kan ik moeilijk iets over liegen dus ik zeg beleefd, “Nog niet!” Dat is hier heel vreemd. Waarom zou je op je 26e niet al kinderen hebben? De meeste hebben er minimaal 1 maar vaak al 2. Nou zonder kinderen ben ik natuurlijk nog rijker. Maar ik vul snel aan dat wij €1000,- huur per maand betalen en het leven in Nederland een stuk duurder is. Maar daar lijken ze geen oor naar te hebben. Om nog meer moeilijke vragen te vermijden, ga ik maar naar bed.

Ik poets mijn tanden, buiten. Terwijl ik een plek in het gras zoek om mijn tandenpoetsel te kunnen uitspugen, kijk ik naar de heldere sterrenhemel boven mij. De Ama Damblam die haar witte sneeuw in het maanlicht laat schitteren. Het heelal was nog nooit zo bijzonder.

Snachts moet ik er nog een aantal keer uit om te plassen in de ijskoude, buiten, hurk wc. Maar snel mijn slaapzak weer in. Ik heb een ontzettend koude nacht gehad.

Smorgens dwing ik mezelf wat te eten. Ik heb door de hoogte geen trek.  Ik bestel toast met jam. Ik prop het met moeite naar binnen.

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie