trekkingdag 8, Namche ‘ongeluk zit in een klein hoekje’

Trekkingdag 8, Namche 29-10

Ik word heerlijk uitgerust wakker. Op het zonnige terrasje heb ik ontbijt. Daarna verken ik een beetje het stadje. Ik heb lunch op een ander zonnig terras, ik bestel een sandwich met salami , wat geen echte salami is maar een ander soort worst. Ik reken af en wil net op weg voor mijn dagtrip naar Khumjung, als mij het meest ondenkbare overkomt…

Ik stap van het trappetje bij het terras en verdraai mijn knie, ik kom met een harde knal op de stenen grond terecht. “F*ck!” Schreeuw ik, daarna “auw, auw auw”. Een enorme pijnscheut gaat door mijn linkerknie. Vrijwel direct word ik omgeven door een heleboel mensen. Mensen die het allemaal beter denken te weten. Terwijl ik voorzichtig overeind kom om op het trappetje te zitten, drukt een meisje op mijn been en knie. De pijn is zo heftig dat ik geen eens antwoord kan geven op haar vraag: “How are you?” Ik schreeuw “stop stop stop”. Het liefst schreeuw ik “hou allemaal even jullie bek dicht!” Het gekakel van het Nepaleens en slecht Engels maakt dat ik iedereen het liefst van mij af wil slaan.

Op dat moment komt er een Nederlandse vrouw naar me toe, “Spreek je Engels?” “Ik ben Nederlands.” Ze zorgt dat de behulpzame mensen allemaal een beetje aan de kant gaan. De cafe eigenaar tilt mij eigenhandig op en zet mij terug op het terras. Ik krijg een zak ijs welke ik tegen mijn knie houdt.

Een guide heeft het zien gebeuren: “Je verdraaide je knie en viel op je knieschijf. Je banden zijn erg flexibel, dat kan een voordeel zijn. 15min ijs en dan even wachten en opnieuw 15 min ijs erop.” Een collega spuit een of ander spul op mijn knie en verdwijnt. 

Een hele tijd zit ik met mijn been omhoog op het terras. Janine en haar man zijn even naar het postkantoor en komen mij later ophalen. Ik hang met mijn armen over deze twee landgenoten, terwijl we stapje voor stapje de stenen trappen van Namche afdalen. Terug naar Cafe Danphe.

Janine brengt me naar mijn kamer, geeft me een dikke knuffel met beterschap, om haar vervolgens nooit meer terug te zien. Ik ben haar dankbaar. De hele middag lig ik op bed, mijn been omhoog met ijs erop.

Ik denk aan mijn route, mijn trekking naar Everest en of ik het nog wel zal halen. Als het maar niet gebroken is… Ik kan alles nog bewegen dus dat lijkt uitgesloten…

S´avonds is de arts van de kliniek in de bar aanwezig. Mijn sherpa vrienden blijven aandringen. “Nee, joh hij is vrij, laat maar joh.” Toch komt hij even kijken. Hij voelt wat aan mijn knie, kijkt ernstig en zegt dan: “Het is niet gebroken in tweeën, maar ik heb toch het idee dat er een scheurtje zit. Kom morgenochtend naar de kliniek, dan kunnen we foto’s maken, dan kan ik het beter beoordelen.”

Ik zit met mijn ‘nieuwe’ vrienden bij de warmte van de kachel onder het genot van een drankje. Die heb ik wel verdiend na zo een nare dag. Toch ga ik op tijd naar bed, ik heb ontzettend veel pijn en morgenochtend heb ik blijkbaar een afspraak bij de kliniek.

 

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie