Taksindu, ‘een zware tas met onnodige spullen’

Trekking dag 2, Taksindu 24-10

Ik volg het voorbeeld van de Duitse man en vertrek zonder ontbijt, daarmee zal ik veel tijd besparen. Ik heb overigens veelte veel eten, zoals koekjes, noodles en chocobars, meegenomen. Eenmaal boven zal het allemaal een stuk duurder zijn, maar ik heb al gauw door dat ik misschien een beetje heb overdreven. Op de weg naar Lukla is het allemaal erg local en nog goed betaalbaar. Toch maak ik van de koekjes gebruik als eerste ontbijt en zal dan later wel lunchen.

De eerste tocht valt mij ontzettend tegen. Het is best wel warm in de brandende zon. En mijn tas is toch een stukje zwaarder uitgevallen. Ik denk dat ik toch ondanks alles rond de 15 kilo zit. Misschien wel meer als je mijn fles water meerekent. Ik heb hem expres niet gewogen, bang voor het resultaat.

Als ik het dorpje Phaplu uit ben, ga ik een brug over. De eerste ‘porter’ zie ik strugglen met flinke bagage op zijn rug. Ik ga hem voorbij en volg de weg vrijwel stijl omhoog, over een zandpad. Hier en daar een steen, maar verder heb ik niet veel houvast. Kijk daar heb ik dus een hikingstok voor gekocht, maar die blijft nog even eigenwijs op mijn rugtas gebonden.

Eenmaal boven moet ik even op adem komen. En dat gaat zo de hele weg door. Soms moet ik stukjes naar beneden. Ik geniet nu al van het uitzicht en de omgeving. Heerlijk groen met de dennenbomen en af en toe een waterval. Ik stap over de stenen van de waterval in de hoop dat ik geen natte voeten krijg. Ik voel me een klein meisje in een sprookjeswereld die speels over de wolken springt, welke in dit geval rotsen zijn.

Toch merk ik dat de weg wel erg lang is. Ik ben rond een uur of 8 s’ morgens begonnen. Vooral de stukken omhoog lijken mij steeds meer op te breken. Die vervelende tas schuurt over mijn rug, terwijl mijn shirt omhoog kruipt. He verdorie. Ik zie de porter alweer achter mij aan de berg op komen. Pff, met die zware tas voel ik mij net zoals hem. Al is dat een zeer oneerlijk vergelijk, zijn bagage zal waarschijnlijk wel 3 of 4 keer het gewicht van mijn tas zijn.

Als ik weer een waterval moet oversteken worden mijn schoenen wel nat. Maar die zullen hier in de zon wel snel weer drogen. Wat inderdaad het geval is. Weer een zanderig pad omhoog met hier en daar een stukje rots voor wat grip.   

Ik moet ook weer stukjes naar beneden, wat makkelijker lijkt dan het is. Met zo een zware tas achterop mijn rug moet ik toch geconcentreerd blijven; mijn knieën vangen de klappen op. Ik kom uitgeput aan bij een restaurantje. Ik bestel wat te eten. Het is op. Ik kies dan in een opwelling voor momo’s, dat had ik beter niet kunnen doen,  het duurt ruim een uur voordat ik mijn eten krijg. Momo is een traditioneel Nepalees gerecht, tevergelijken met een soort dumplings; een deegje met daarin variërend groente, vlees of vis.

De momo ’s blijken ook nog eens gefrituurd, in plaats van gestoomd, zoals ik ze het lekkerst vind. Na mijn momo’s en half lauwe thee, ga ik weer op pad. De route lijk wel een eeuwigheid te duren. Ik krijg steeds meer het idee dat ik toch ergens verkeerd ben gelopen, maar te eigenwijs om mijn guide boekje uit mijn tas te pakken. Na die momo’s krijg ik ook een vervelende pijn in mijn buik. Ik neem even pauze en drink de half lauwe cola die ik vanuit Kathmandu heb meegenomen. Dat schijnt te helpen.

Ergens rond een uur of 16, denk ik dan toch wel echt in Taksindu te zijn uitgekomen.  Ik zoek vermoeid naar een lodge. Terwijl ik voorzichtig naar binnen stap en ‘Namasté’ roep, komt er een vrouwtje snel achter mij aan. Ze laat mij de kamers zien. Ik twijfel. Ik stap weer naar buiten en vraag dan, wat is de naam van deze plaats? Ik schrik als ik hoor dat ik pas in Ringmu ben. “Hoeveel verder is het naar Taksindu?” “Nog zeker een uur lopen. Je kan beter hier blijven, het wordt snel donker.” Dat het snel donker wordt weet ik, maar ik ben vastbesloten vanavond in Taksindu te eindigen. Ik bedank haar en loop door. “Neem de stenen weg, niet de tractorweg”, waarschuwt ze mij nog even.

Ik zoek naar de stenentrappen. De hobbelige rotsen maken dat ik meer en meer gemotiveerd ben. Eenmaal boven kom ik uit bij de tractor weg, verderop zie ik de trappen verder gaan. Ik vervolg mijn weg naar boven. Het wordt nu wel al wat donker terwijl ik door het bosachtige gebied loop. In de verte zie ik het goudenpuntje van de gompa. “Nog een klein stukje” zwengel ik mezelf aan. Eenmaal boven, bewonder ik de details van de gompa. Ik ben zo moe dat ik bij de eerste lodge naar binnen stap.

De eigenaar is vriendelijk en wijst mij mijn zolderkamertje aan. Het is opnieuw simpel en sober, maar prima. Ik ben mijn waterfles verloren. Ik weet al precies waar hij ligt, onderaan de trap in het stukje bos. Met de zaklamp van mijn telefoon loop ik terug. Het is nu wel echt donker en ik realiseer mij deste meer dat ik voortaan kortere dagen moet gaan maken. Ik vindt de fles inderdaad op de laatste plek waar ik water heb gedronken. Wat is dat toch, deze vakantie, ik raak alles kwijt.

In de lodge bestel ik een appelpannenkoek. Na, die zware momo’s voor lunch heb ik niet heel veel trek. Naast mij zit een groepje Fransen. Het meisje naast mij spreekt mij aan en vraagt door over mijn reis en de route. Als ik haar vertel dat ik alleen reis, zonder porter, zonder gids en naar basecamp wil, begrijpt ze dat ik er wat langer over doe dan gemiddeld. Toch denkt ook zij dat ik een andere route ben gelopen naar Ringmu. Ik wijs het aan op de kaart, ik zal toch niet via junbesi zijn gelopen? Dat is namelijk echt een heel stuk om. Afijn, ik ben blij dat ik er ben en warm en droog zit.

De Franse groep blijkt een stuk groter en er komen steeds meer bij. Het meisje vertelt dat ze met een groep in de omgeving kamperen. De sherpa’s horen ook bij hun. Zij dragen alle spullen en doen ook voor hun koken. Het lijkt me een hele ervaring hier in de omgeving in een tentje te kamperen. Ze zijn onderweg naar beneden. Vanavond nemen ze afscheidt van vijf van de sherpa’s; er vindt dus een klein feestje plaats. Welke wordt ingeluid met een sterke Franse drank. Uiteraard wordt mij ook een bekertje aangeboden, maar bij de sterke geur sla ik al af. Het meisje, Olivia, geeft haar beker aan mij, hier neem in ieder geval een slok, om te proeven. Ze heeft het sterk verdunt met water, maar ik kan er niet van genieten. Het heeft een anijsachtige afdronk die ik met mijn thee snel probeer weg te spoelen.

Een van de Fransen begint met zingen en te klappen, waarna de rest volgt. Als response vanuit de Sherpa’s wordt er muziek aangezet en voor mijn ogen ontstaat er een soort Nepalese apré ski, of apré hike zal ik het maar even noemen. De sherpa’s dansen rond de kachel. Het is een ontzettend leuk gezicht, de kleine mannetjes die met hun handen draaien als een stel buikdanseressen. Gevolgd door een aantal van de Fransen die worden meegesleurd. Al klappend en zingend doet iedereen mee met een soort polonaise om de kachel. Ik word ook mee gesleurd, maar weiger beleefd, ik ben echt te moe om mee te doen aan deze belachelijke vertoning.

Ik glip weg van de mensen massa in de dinninghal en loop de trap op naar boven, naar mijn kamer. Het tandenpoetsen gebeurt in de hurk wc en met mijn fles gefilterd water. Mijn oordoppen dempen het geluid van de muziek en het gelach beneden.

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie