Kathmandu, ‘liefdes nisje & muziek avond’

1-12 Kathmandu

De kater komt later

Ik heb me als een idioot gedragen. Wat een wanvertoning zeg! Uiteindelijk heb ik Marieus maar wakker gebeld om te vragen waar het hostel was. Ik was de weg compleet vergeten en raakte in paniek, het was verschrikkelijk. Die arme Suraj, wat moet hij wel niet van me denken? En hij bleef bij me, tot ik in me hostel terug was; wat een held.

“Vanavond, heb ik beloofd te helpen bij de Sports Hive”, zeg ik tegen Marieus. Ik wil niet zeggen dat ik spijt heb, maar ik heb er toch even moeite mee als ik mijn kater probeer weg te spoelen onder de douche. Belofte maakt schuld. Je hebt het er zelf in gegoten niet waar? Ik moet mijn consequenties onder ogen komen. Na de douche gaat het eigenlijk wel.

Goedmakertje

Als goedmakertje heb ik Suraj uitgenodigd voor lunch. Het duurt een eeuwigheid met die jongen. Wat in godsnaam moet hij allemaal doen dan? Z’n haar? Oh, ik haat het als een jongen meer werk heeft dan mij. Ik denk terug aan de tijden waarin ik typisch te laat, maar perfect gekleed op feestjes verscheen. Ik kan ook wel lekker teutebellen. Maarja, met de kleding uit mijn backpack heb ik maar een beperkte keuze, wat een kleding crisis vrijwel uitsluit.

Ik ga alvast naar Thamel, waar ik in mijn favoriete cafétje bezoek. Na zoveel dagen in Thamel voel ik mij er helemaal thuis. Het is de lange straat in en voorbij het souvenir winkeltje een kleine zijstraat in, daar ga ik de trap op naar een soort terras en cafe waar ik op mijn favoriete plek plaats neem. Ik trek mijn sandalen uit en schuifel in het nisje van het raam aan het lage tafeltje terwijl mijn benen zich in kleermakers zit vouwen.

Hij zal het toch niet erg vinden als ik alvast wat te drinken bestel? Ik neem een verse ijsthee.

Na mijn ijsthee heb ik zo een honger dat ik toch ook maar wat te eten bestel. Het duurt ook wel echt lang met die gozer. Zou hij nog wel komen? Of is dit een poging om me te dumpen? Een berichtje… “Ik ben onderweg”

Locatie

Ik eet mijn wrap met kip terwijl ik denk aan de jongen die op zijn motor onderweg is naar een plek die niet al te makkelijk is te vinden. Na een vreemde omschrijving, bedenk ik dat het makkelijker is als ik hem mijn locatie doorstuur. Dat is dan ook de enigste manier waarop hij het weet te vinden. Opeens staat de jongen aan mijn tafeltje. Mijn hart bonst. In een simpele handeling kickt hij zijn schoenen uit en komt naast me op de bank zitten. Als een echt stelletje geeft hij mij een kus op mijn wang? Nee… toch ook op mijn mond terwijl hij vrijwel gelijk mijn hand pakt. En die vertroeteld als een soort huisdiertje. Zijn ogen fonkelen. Wauw, ik ben verliefd!

Even weet ik niks uit te brengen. Toch voel ik een enorme schaamte voor de avond ervoor. Hoe kan hij hier zo kalm zitten en doen alsof er niks aan de hand is. “Sorry” zeg ik zachtjes. Ik slik. “Ik heb me echt als een idioot gedragen.” Hij haalt zijn schouders op.

Ik had Marieus beloofd je veilig thuis te brengen. Dus dat heb ik ook gedaan.” Ach, daar ging het dus over, voordat hij gisteravond weg ging. Nou, deze knapperd heeft wel zijn woord gehouden. Ondanks alles heeft hij me geen minuut uit het oog verloren.

Werk

Ik moet vanavond werken. Werken? Ja, nou niet echt werk hoor ik heb beloofd een vriend te helpen, in de sports Hive. Ken je dan? Het is in Patan. Patan kent hij wel, de Sports hive niet echt. “Is dat niet waar ze ook live sport enzo laten zien Ik knik. “Ik heb niks met sport hoor. Vanavond is er een of ander optreden, daarom vroeg hij of ik wou inspringen als het drukker word. Je kan ook komen als je wilt. Misschien een beetje saai voor je, als ik achter de bar sta, maar Marieus komt waarschijnlijk ook.”

We zitten vrijwel de hele middag in dat nisje. Te praten te kletsen. Hij tovert een lach op mijn gezicht en een gevoel van vertrouwen die ik al een tijdje niet meer heb gevoeld. Toch ben ik bang voor dat afscheidt. “Morgen ga ik naar Pokhara, dat weet je?”

Sports Hive

Ik moet zo richting Patan. “Kom, ik breng je wel even op mijn bike” Hij leidt me door de straten van Thamel. Een helm is hier niet nodig als je achterop zit. Al probeer ik mijn haar tevergeefs te beschermen met mijn omslagdoek met olifanten. Ik klem mijn armen om het lichaam van Suraj. “Zit je goed?” “Je gaat wel rustig rijden toch?” “Ik zou niet willen dat er iets met jou gebeurt” Dat geeft me een gevoel dat hij met zichzelf, hoogstwaarschijnlijk een stuk minder voorzichtig is.

Hij rijdt door en zegt dan, “jij weet waar het is toch?” Ik huiver, “euhm ja ongeveer. Ik ben er ook pas een keer geweest”. Hij zet de motor langs de kant van de weg, zodat ik mijn telefoon er even bij kan pakken voor de navigatie. Aah oke. Na een tijdje zijn we er. Een gevoel van enige trots overstijgt me wanneer ik het erf op kom rijden. Toch ook enigszins nieuwsgierig hoe ze zullen reageren. Ik stap af en pak Suraj zijn hand. Nu is het mijn beurt. Hem te introduceren in míjn wereld! He jammer Hazel is er nog niet.

“Jags, hey” En ik geef hem een knuffel, maar zijn blik is gefocust op Suraj. “Ik heb iemand mee genomen, vind je niet erg toch?” Verder hoef ik niks te zeggen de jongens gaan over in Nepali. Ik versta d’r niks van, maar aan het gelach te zien zit het wel goed.

Hazel! Ik schiet op uit mijn houten stoeltje. Oh zitten jullie hier? Ook haar blik is meer gefocust op Suraj, hem volledig in haar opnemend. Met een goedkeurend knikje went ze zich dan tot mij en geeft een knuffel en een kus op mijn wang.

Hoe ben je hier gekomen? Met hem, zeg ik met een grijns op mijn gezicht. Ze lacht goedkeurend “Ah. “Ik had niet verwacht dat je nog zou komen”. “Ja, natuurlijk wel” zeg ik, “belofte maakt schuld”

Het blijkt dat de jongens achter de bar het prima redden en uiteindelijk hoef ik helemaal niet in te springen. In dat geval maak er een te gekke avond van en deel ik een gin tonic met Hazel. Oh, god als ze maar niet meteen gaan zeuren dat ik niet moet drinken enzo. Dat doen ze niet. We zitten aan de bar. He, daar is Marieus. De band is erg goed.

Afscheid nemen bestaat niet

De band is aan het opruimen. “Hoelaat wil je gaan?” Vraagt Suraj me dan. “Marieus gaat nog naar Purple Haze, vanavond gaan ze weer open.” “Ja kom laten we gaan, daar moet je echt een keer geweest zijn!” Ik kijk nog even naar Hazel, “wil jij niet mee?” “Nee, nee das toch niks voor mij.” Ik weet dat ze bedoelt te zeggen, ‘ik ben daar te oud voor’, maar dat is ze totaal niet in mijn ogen. Aah, maar dan snap ik het. Haar ogen gericht op het scherm voor haar. Cricket.

Dan komt toch dat verschrikkelijke moment van afscheidt. Ik geef Hazel een stevige knuf! “En wat vindt je?” Ik bedoel daarmee Suraj. “Hij lijkt me echt een goede jongen, een schat van een gozer. You are lucky. Banagmani chu!” Ik heb tranen in mijn ogen, ja ik heb geluk met een jongen als deze

Ik heb tranen in mijn ogen voor het moment dat ik nu toch echt Kathmandu ga verlaten. Voor het moment dat ik haar waarschijnlijk niet, maar hopelijk volgend jaar, pas weer ga zien. Als dit niet weer zo een loze travel vriendschap is. Nee, daar geloof ik niet in. De band die ik met haar voel is zo veel meer. Ze kan niet tegen afscheidt dat heeft ze me al gezegd. Toch is dat moment daar. Ik geef haar een van mijn zelfgemaakte armbandjes, deze is voor geluk, Bagamani chu! Ze veegt een traan weg.

Purple Haze

De ‘Purple haze’ is inderdaad een club die zijn naam eer aandoet. Als de band gestopt is met spelen gaan we naar beneden waar een andere danszaal is. Er is een handjevol mensen op de dansvloer, maar dat houdt ons niet tegen. Na een tijdje zie ik Marieus in de hoek zitten. Tja, misschien niet zo gezellig voor hem. Hij is moe. “Ik ga zo”, zegt hij. Ik kijk naar Suraj, het liefst had het de hele nacht mogen duren. “Nee, wij gaan ook zo.” We gaan naar buiten Suraj loopt mee tot aan ons hostel. Marieus voelt de bui al hangen. Ik neem afscheidt van Marieus. Dan is er die laatste afscheidszoen bij de poort van mijn hostel. Ik loop net de hoek om naar de binnentuin, naar mijn kamer. Maar loop dan terug, geef hem nog een laatste kus. Goodbye!

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie