Jubing, ‘de rivier klinkt als onweer’

Trekking dag 3, Jubing 25-10

Op de grond ligt een plas water. Precies tussen de twee bedden in. Ik zie de druppels van de houtenbalk op de houtenvloer vallen. Heeft het geregend? Of is het condens?

Ik kleed mij aan en na een milk tea voor ontbijt ga ik weer op pad. Boven is een prachtig uitzicht op de bergen. Numbur de grootste van de drie, welke ook wel de secret bergen worden genoemd.  De bergen worden door Sherpa’s aanbeden als goden.

Ik vervolg mijn weg over een stenentrap, opnieuw bestaande uit ongelijke rotsen. Eenmaal beneden blijk ik pas in het plaatsje Taksindu te zijn aangekomen. Onderweg naar beneden heb ik waarschijnlijk mijn reserve batterij voor mijn camera verloren. Nee, he. Ik loop twee keer de trap op en neer, alsof ik mijn energie niet ergens anders voor nodig heb, maar ik kan de batterij niet meer vinden. Ik raak alles kwijt deze reis, ik vervloek mezelf.

Mijn route gaat verder een heel stuk bergafwaarts. Opnieuw over een rotsen pad.  Na een stukje omhoog, is vrijwel de hele weg alleen maar naar beneden. Ik ben bekaf het ‘tegenhangen’ om niet te vallen lijkt me op te breken. Over een zanderig pad met rotsen, lijk ik even mijn evenwicht te verliezen en terwijl ik probeer te corrigeren gaat mijn tas al naar links, ik hou het niet meer, en val op mijn linker knie. Terwijl ik mij probeer los te worstelen uit de banden van mijn backpack, krabbel ik overeind. Mijn broek is stuk en mijn knie heeft een flinke schaaf wond. Het is vooral de schrik die tot mij komt. Dit had ook heel anders af kunnen lopen…

Ik spoel de wond gelijk schoon met mijn gefilterde water. Ik moet even slikken terwijl het water de wond schoonbrand. Auw. Een tweetal trekkers lopen gewoon voorbij. In mijn ogen best wel aso. Ik zou toch echt wel even polshoogte nemen als ik een trekker op de grond zie zitten. Een porter vrouw, met een enorme mand op haar rug, loopt langs, stopt naast mij, kijkt mij aan. Haar blik lijkt te willen zeggen: “gaat het?” Ik knik en steek mijn duim omhoog.

Na nog een keer schoonspoelen sta ik weer rechtop. “Kom op Taryn, je moet verder, straks wordt het donker je kan hier niet blijven zitten” zeg ik tegen mezelf. Met een kleine tegenzin sla ik de backpack weer op mijn rug, en klik de heup en borstbanden vast. Met hernieuwde motivatie ga ik verder. Niets houdt mij nog tegen!

Ik passeer een prachtig gebiedt met een waterval en een hangbrug.  De route wordt zo nu en dan aangeduid met een rood rondje op een boomstam. Jammer genoeg alleen op de plekken waar de route overduidelijk is en op splitsingen dan weer niet.

Telkens als de route even tegenzit dan gebeurt er wel iets, waardoor ik weer een besef momentje krijg over hoe geweldig het hier eigenlijk is. Toch is het laatste stuk echt een flinke beproeving. Ik moet een steile berg, bergafwaarts over gestapelde rotsen, naar beneden, de stappen zijn soms erg diep, de weg is lang en een uitputtingsslag. Eenmaal beneden zie ik de hydropower en de brug over de dudh koshi.

Een aantal trekkers, welke mij een paar minuten geleden voorbij gingen, zitten nu op een stenen randje uit te rusten. Ik kom er ook naast zitten. Ik wordt aangesproken door een Duits meisje dat denkt dat ze de hele wereld aan kan ofzo. “Ik ga nog door naar Jubing, kom op je bent nog jong”. Op dat moment kan het me geen ene moer schelen wat ze zegt, wat ze van me denkt of van me vindt. Ik probeer op adem te komen terwijl ik mezelf dwing wat water te drinken. Ik ga ook naar Jubing. Ze stelt voor een kamer te delen dat het wellicht goedkoper is. Ik heb daar toch zo geen zin in, ik vindt haar maar irritant, die paar euro die ik daarmee zou besparen? Nee een rustige nacht is mij veel meer waard. Toch blijf ik zoals altijd weer te netjes en beleefd. Ze bedoeld het vast goed, door mij op te peppen, maar ik heb daar echt even geen boodschap aan.

“Het is een kwartier bergopwaarts voor de eerste lodge”, zegt ze. Ik geloof er helemaal niks van. Maar ik zal toch naar boven moeten. “De groep gaat ook nog naar boven”, zegt ze. Net of ik mij daaraan wil conformeren. Ik haal mijn schouders op terwijl ik zeg: “ja, die lopen met een klein dag rugzakje, moet je kijken waar ik mee loop.”

 De belangrijkste reden waarom ik alleen reis is, omdat ik het dan ook op mijn eigen tempo kan volbrengen. Ze lopen allemaal als een stel schapen de berg op. Als het laatste schaapje loop ik er achteraan. Ze zijn me veelte snel en ook een beetje uit protest naar het Duitse meisje, denk ik ‘fuck it’. Ik neem een extra 5min pauze. Terwijl ik geniet van het prachtige uitzicht. Dit is toch waar ik het voor doe? Het gaat om de reis er naartoe, niet om de eindbestemming. Laat die schapen maar lekker doorlopen. Op mijn dode gemakje loop ik omhoog, genietend van de rust, de dudh kosi die je als een soort onweer hoort razen, het geluid van de vogeltjes, de geur van de bomen en het gekrakkel van de krekels.

Ik bereik het dorpje Jubing, het zijn slechts een handje vol lodges welke op een berg staan verdeelt. Ik pep mezelf naar boven, nog een lodge verder, nog een. Kom op. Mijn tong hangt ergens op mijn tenen terwijl ik de berg op klim. Ik zie een man bezig in zijn tuintje. Een beleefde ‘Namasté’ krijg ik nog net uit mijn droge keel geperst. “Are you looking for a bed?” Dit ben ik totaal niet gewent van de Sherpa’s. In vrijwel alle gevallen moet je zelf ergens om vragen, als je iets wilt. Dat geld voor een slaapplaats, tot het zelf pakken van een menu kaart, tot naar de keuken lopen om je bestelling door te geven. Waarschijnlijk doet hij dit alleen, omdat hij ziet dat ik er echt doorheen zit en geen stap meer verder kan. Ik knik. “hoeveel kost het?” “100rp. Als je hier ook blijft eten”. 100rp is niks. Nog geen eens een Euro.

Het kamertje is een klein schattig zolderkamertje. Het is het meest local waar ik tot nog toe heb verbleven. Heerlijk in de natuur, aan de rivier. Bij mensen thuis. Nou slaap je bij een lodge meestal bij mensen thuis, maar dit is wel heel erg knus. Ik vraag of ik me kan douchen. Uiteraard is er alleen koud water. Maar per slot van rekening blijkt de douche te bestaan uit een bak water met een kannetje welke je over je heen kan gooien. Veel water zit er niet meer in de bak, dus deze vult hij aan met water uit een slang, de enigste stromende waterbron in hun huis. Het water komt waarschijnlijk uit de rivier of uit de bergen. Wat hier overigens overal zo is. Het licht in de ‘douche’ werkt niet, dus ik moet het doen met het kleine lichtval vanuit de wc ernaast. Ik sla het wassen van mijn haar vandaag over, maar het zweet kunnen wegspoelen is wel fijn, ook al is het koud.

Ik ga weer terug naar mijn kamer en kom bovenaan de trap een andere gast tegen. De man blijkt ook een Nederlander. Hoe ontzettend toevallig is dit? Een kleine lodge in een onbekend gebied van de Phaplu walk-in. En dan in een lodge met welgeteld twee kamertjes, verblijft een Nederlandse man. “Dan hebben we veel om bij te praten straks” “Jazeker, ik kom zo beneden.” “wil jij ook dhal baht?” ik twijfel, ik heb eigenlijk helemaal geen honger. Maar ik moet toch wat eten… “het hoeft niet hoor, kijk zo maar wat je wilt hebben.” Het wordt een gebakken rijst met groente, de groente bestaat opnieuw uit een paar groene blaadjes die door het gerecht vermengt zitten. Met een beetje ketchup probeer ik het gerecht wat op te leuken, zoals de Nederlandse, Ad voorstelt.

Ad, heeft al eerder de Annapurna-trek gedaan en is hier nu voor de Everest Basecamp trek. Hij heeft nog wat bruikbare tips voor me. De belangrijkste is denk ik toch wel dat ik niet meer tot zo laat moet doorgaan. Ergens had ik dat zelf ook wel bedacht, zoals ik gister al merkte in Taksindu en vandaag kwam ik ook maar weer net voor het donker binnen.

“Maar ik ben zo langzaam”, zeg ik. “Ja , dat maakt toch niet uit, je hebt de tijd, geniet van de omgeving, geloof me het gaat je echt helpen als je niet meer zo lang doorgaat. Je kunt dan veel meer genieten van de trek. Ik was hier om een uur of drie, ik had best nog wel door kunnen gaan, maar tegen welke kosten? Ik heb nou heerlijk een stukje in me boek gelezen. Koud douche is als je s’ middags aankomt ook een stuk beter te doen.”

Ik kan zijn mening alleen maar beamen. “Ik wilde eigenlijk ook eerder stoppen, maar ik wilde perse in Jubing eindeigen vandaag, tussendoor waren er niet echt veel slaap opties. “Ja, dat klopt vandaag had je niet zo heel veel keus denk ik.” Het feit dat hij vandaag vanuit Ringmu naar Jubing is gekomen, nog voor drie uur vanmiddag, maakt mij onzeker, over mijn tempo. Als ik vertel dat dit pas de eerste keer is dat ik in de bergen ben en ook nog eens alleen, zonder gids en zonder porter. Weet Ad mij weer te motiveren. Hij vindt het ontzettend knap. “Het gaat niet om de snelheid, doe het rustig aan en geniet van je trek.”

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie