Istanboel, dag 1, de glazen kamer

Istanboel, 11-10-2018

Daar sta ik dan. Ik zwaai nog een laatste keer naar mijn moeder en zus, voordat ik naar mijn gate loop. Wat lief dat ze mij naar Schiphol wilde brengen. Tijdens het boarden wordt mijn backpack er tussenuit gepikt. Voor een halfjaar winter en zomer kleding heb ik echt weinig bij me, maar ze vinden hem toch te vol en te zwaar. Ik kom er vanaf met een waarschuwing, maar moet hem dan toch inleveren.

Mijn E-visum die ik heb gekocht wordt geen eens bekeken. De jongen achter de balie kijkt alleen of ik wel op de foto in mijn paspoort lijk. Zet je hoed eens af? Je bril? Dan mag ik doorlopen. Bij de bagageband word ik iets minder blij als ik zie dat mijn backpack nu zwarte vegen, van de bagageband heeft. Ik had hem juist gewassen voor vertrek en hij is nou al smerig. Niks aan te doen. Vies wordt hij uiteindelijk toch wel.

De airport is veel verder van de stad dan ik had verwacht. Na twee uur met de bus kom ik aan in Istanboel, maar moet dan nog met een metro en daarna met de tram. Ik probeer een metrokaart te kopen. Het is net zoiets als onze ov-kaart waar je geld op kan laden, maar op de een of andere manier lukt het mij niet om de kaart te kopen. Ik vraag een omstander. “Loop maar mee”, knipoogt hij. Zijn vriendin vraagt waar ik vandaan kom en waar ik heen moet. Zelf is ze al twee keer in Amsterdam geweest. “Een geweldige stad”, zegt ze.

Mijn hostel is in Sulthanamet. Dat is het oude centrum van Istanboel. Ze helpen mij te zoeken naar de juiste opstapplaats. Eenmaal buiten heb ik weer problemen met het kopen van een kaartje voor de tram dus besluit ik maar te gaan lopen. Het is best wel een stuk, maar kom dan bij, zoals beschreven in de route beschrijving van mijn hostel, aan op het plein met de grote fontein. Vlak naast de Hagia Sofia en de Blue mosque

Precies op het moment dat ik een laatste keer de beschrijving lees. Links, rechts en dan links. Valt mijn telefoon uit. Uit mijn hoofd probeer ik de weg te vinden. Ik loop drie rondjes en ga het dan toch maar vragen, daarmee kom ik enigszins in de richting, maar ga dan verder op het volgen van mijn eigen gevoel.

Yes gevonden! De jongen bij de receptie is erg aardig. Hij wilt zelfs mijn tas naar boven dragen. “Nee, dat hoeft echt niet hoor”, zeg ik. “Ik ben Moslim ik sta erop”, zegt hij. “Rustig maar, ik ben geen Marokkaan hoor.” Ik kijk hem verbaast aan. Nee, gelukkig niet, denk ik. Waarschijnlijk bedoelt hij het grapje, dat Marokkanen mijn tas zouden stelen.

Mijn kamer is op de bovenste verdieping, ik ben dus wel blij dat hij mijn tas zo graag wilt tillen. Na al die trappen ben ik een beetje buitenadem. “Je hebt in ieder geval een kamer met het mooiste uitzicht”, zegt de jongen. Dat kan ik alleen maar beamen. Het is een soort serre, welke is aangebouwd op het dak. Het uitzicht is inderdaad adembenemend. Rechts de Hagia sofia, ookwel red mosque en links in de verte de blue mosque, beide verlicht met spotjes. Vlak voor de Hagia sofia wordt een nieuw gebouw gebouwd, wat zonde.

Ik ben uitgeput het is inmiddels al middernacht, ik ga slapen. Er zijn geen gordijnen. Ik doorzoek mijn tas opzoek naar mijn slaapmasker. Jezus dat zal er vast belachelijk uitzien, maar dat kan me even niks schelen. Als enigst meisje in de kamer doe ik er vast goed aan er niet al te mooi uit te zien…

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie