Abu Dhabi, dag 1, grand mosque

Abu Dhabi 14-10-2018

Het is een uur of 1 als ik wakker word. Ik pak mijn tas in. Ik wil hier echt niet nog een nacht blijven. Ik wil naar de grote moskee van Abu Dhabi en dan weg hier. Wat zal ik aantrekken? Ik kies voor mijn lange jurk. Daarover sla ik mijn paarse Marokkaanse doek. Het is zo een geweldig ding. Ik gebruik hem voor van alles. Het is eigenlijk een doek voor in de Sahara. Maar ik gebruik het vaak als sjaal, omslagdoek, stranddoek, handdoek en hoofddoek. Als ik hiermee mijn hoofd en schouders een beetje bedek dan mag ik de moskee toch wel binnen?

Ik stap naar buiten waar ik tegen een muur van hitte aanloop. Pfff, ik zucht. Mannen kijken achterom. Is het dan toch te bloot? Ik heb vrijwel alles bedekt. Ik besluit mij er niks van aan te trekken en loop gewoon door. Ik kijk op het lijstje bij de bushalte. Na wat Arabische teksten zie ik ook Grand mosque staan. Nouja, dan zal het wel goed gaan.

Ik smelt bijna weg terwijl ik wacht op de bus. Er stopt een bus. Toch even vragen voor de zekerheid. “Nee die stopt aan de andere kant van de weg.”  Hoe moet ik in godsnaam oversteken dan? Ik zie een onderdoorgang. Aaah zo dus. Het lijkt wel of ik naar een metro loop, maar het is slechts een manier om hier veilig de vierbaansweg over te steken. In de doorgang hangen allemaal bordjes met verboden hier stil te staan, te eten, te hangen, te roken en weet ik wat nog meer niet mag. Er hangen ook bordjes met kleed je netjes en gepast. Althans dat is wat ik uit de plaatjes opmaak. Ik sla de doek iets verder om me heen.

Ach wat een onzin eigenlijk. Ik mag toch gewoon mezelf zijn? Ik zie overigens mensen er veel bloter bij lopen dan ik. De bus die ik moet hebben raast net aan mij voorbij. Terwijl ik de trap op kom. He verdorie. Ik kijk wat schaapachtig om me heen, maar zie een andere bus al op mij wachten. Ik vraag of hij naar de Grand mosque gaat. De man knikt. Ik zoek naar het zilveren kaartje welke ik op de airport heb gekocht. Het is een lokale ov kaart. Ik kan hem niet vinden. “Ga maar zitten, het komt straks wel” zegt de buschauffeur. Hij heeft een lange witte baard en lijkt op de kerstman. Al kijkt hij wel wat nors. Ik neem plaats in het vier zitje van de bus. Dat is mijn favoriete plek in de bus, ook thuis al. Je hebt beenruimte en je zit niet te ver van de uitgang, en bij het raam heb je ook nog wat uitzicht. Uitzicht? Op het raam zit een sticker geplakt. Het symbool van een vrouw met daaronder de tekst female only. Ik kijk om me heen, inderdaad het voorste gedeelte van de bus is alleen voor vrouwen bedoelt. Ik kijk voorzichtig achterom, waar ik de mannen zie.

Opeens komt er geluid uit de tv schermpjes in de bus. Ik hoor iets met Allah en wat Arabisch gebrabbel wat mijn aandacht trekt. Op de tv schermpjes zie je beelden van de Sultan. Met daaronder een Engelse ondertiteling. Ik doe mijn best het te volgen, al gaat het best wel snel. Het vertelt een verhaal wat Sultan Zayid bin al Nuhayyan, allemaal voor de stad heeft betekend. Hij heeft gezorgd voor een beter bestaan, laten we hem eren. Zoiets.

Ik kijk uit het raam en opeens zie ik de afbeelding van zijn hoofd veel vaker opdoemen. Op een school gebouw is de silhouet van zijn hoofd geschilderd. In de naam van de school lijk ik ook zijn naam te herkennen. Ik vindt het allemaal maar overdreven dictatoriaal. Ik denk aan onze eigen koning. Onze ‘Wilmpie’, hoe vaak komt zijn hoofd voor? Ik kom niet verder dan onze postzegels en onze euro muntstukken.

Het is een flinke rit in de bus; bijna opnieuw tot aan de airport. Ik zie een meisje schichtig achterom kijken naar haar vriend die in het ‘algemene’ gedeelte staat. Na een, ik denk wel een uur rijden stopt de bus, waarbij de buschauffeur “Grand mosque” roept. Ik zie hem al. Zijn witte koepels lijken net bolletjes schepijs. Met daarop gouden versieringen die schitteren in het zonlicht.

Als ik de bus uitstap val ik weer bijna om van de hitte. Ik loop naar het gouden hek, maar zie geen ingang. Als betovert heb ik alleen nog maar oog voor de witte verschijning die mijn ogen te kost geven. Er staat een buggy, een soort golf karretje te wachten. Ik heb al snel door dat hij ons naar de ingang zal brengen.

Hij rijdt best wel hard en vliegt bijna de bocht door, waarna we de heilige grond betreden; voorbij de gouden poort. Ik voel me als een vip die een rondleiding krijgt. Hij stopt bij de ingang. Daar zie ik alle toeristen een beetje verdwaast kijken. Ik besluit dan maar het voortouw te nemen en open de witte deur met daarop “woman entrance mosque” met een plaatje van een vrouw met hoofddoek. Ik moet eerlijk bekennen. Dat ik ook een iets geweldigere entree had verwacht, na al dat goud.

Mijn tas en telefoon moeten door een apparaat en ik moet door een poortje. Ik zie borden met: “kleed je gepast, draag een hoofddoek” en de daarbij behorende plaatjes en symbolen. Ik gooi mijn paarse doek over mijn hoofd, maar de man bij de ingang kijkt afkeurend. “Draag een abaya!” zegt hij streng. Hij wijst een kant uit, waar een bord staat met abaya uitgifte. Aan de andere kant worden ze weer ingenomen. Er hangt een rek met allemaal dezelfde vormeloze jurken. Het meisje lacht beleeft, neemt mijn maten in haar op en pakt dan en beigekleurige hobbezak uit het rek. Met tegenzin gooi ik het over mijn jurk. 

De jurk heeft een soort muts waardoor ik net lijk op een van de zeven dwergen van sneeuwwitje. Huh, maar ik was toch de prinses? Ik gniffel in mezelf. Het lijkt net een heel foute pyjama. “How do I look?” vraag ik het meisje. Ze knikt tevreden. Een beetje onzeker stap ik naar buiten, de bewakers laten mij nu zonder moeite door. De stof kleeft om me heen.

Pff, ik heb de hele dag nog niks gegeten. Ik heb ook zo een rare dag. Het lijkt net een nieuwe dag, omdat ik pas s ‘morgens ging slapen, maar het is slechts een paar uur geleden dat ik hier ben aangekomen. Ik zie een koffie tentje waar ik wellicht ook wat kan eten. Ook al heb ik nog maar half door hoeveel Arabische dirhams zijn, heb ik al snel door dat alles ontzettend duur is. Ach ik bestel maar gewoon wat en dan zie ik wel. Ik moet toch wat eten en dan kan ik er maar beter meteen van genieten.

Daarna volg ik de bordjes met ‘toeristen entree’. Ondertussen film en fotografeer ik er op los. Ik hoor de zangerige klanken van het Islamitische gebed, een rilling van kippenvel kruipt over mijn huid. Terwijl ik toch echt in de brandende zon sta. Wauw, wat is dit mooi. Hier heb ik zolang naar uitgekeken. En nu ben ik hier in levende lijven. Het is echt net het paleis van Alladin.

Bij de ingang moet ik mijn schoenen uit. Mijn sandalen stal ik in hokje nummer 8. De geboorte dag van vader en mijn geluksgetal, zo kan ik het makkelijk onthouden. Op mijn blote voeten stap ik op de witte marmeren tegels van de moskee. Ik laat mij voor ruim een uur meenemen in het sprookje van deze moskee. De witte tegels zijn voorzien van kleurrijke bloemen. Terwijl ik tussen de galerij van pilaren loop, die met dezelfde soort bloemen worden versierd. Als ik dichterbij kijk blijken de bloemen te bestaan uit een andere kleur steen, welke zijn ingelegd.

Bij een opening blijft mijn blik op het gigantische binnenplein. Spierwitte tegels met reusachtige tropische bloemen. Ik sta ik het zonlicht waaraan ik bijna mijn voeten brand. Maar dat verdwijnt allemaal in het niets, als ik het vooraanzicht van de moskee zie. De witte koepels, met de gouden halve maantjes er bovenop. Het lijkt een droom. Ik kan bijna huilen zo mooi.

Ik vervolg mijn weg door de galerij van pilaren. Waarbij ik denk aan een einde te komen. Er zijn immers mannen aan het bidden in de moskee. Maar ik word niet tegen gehouden als ik er voorbij loop. Ik kom in een enorme hal terecht. Ik raak verwonderd door de bloemen die vanuit de grond over de muur lijken te klimmen. Dat in het lichtval van de al even zo bijzondere ramen en deuren, welke bestaan uit lelies. En dan zie ik het tapijt. Hier had ik over gelezen het is het grootste tapijt ter wereld. Hier hebben 1200 tapijtmakers aan gewerkt. Hij weegt 47 ton en moest daarom in delen worden gebracht en terplekke aan elkaar gemaakt. Mijn voeten zakken zachtjes weg in het zachte tapijt, vol kleuren en bloemen in verschillende patronen. Mijn oog word getrokken naar de enorme kroonluchter die aan het plafond hangt. Ooit was ook dit de grootste ter wereld, maar dat is niet meer zo. Alles bij elkaar weegt zo’n 3 olifanten. En hij is zo groot dat er een mens in kan, voor onderhoud, het vervangen van lampjes en het schoonmaken.

Op aanraden van een blog die ik heb gelezen, ga ik naar de vrouwen wc. Ik moet badslippers aan als ik naar beneden wil. Met een roltrap ga ik naar beneden op de veelte grote onhandige slippers. Wauw. Er is een fonteintje aan de muur met opnieuw bloemen op een velgroene achtergrond. Als ik verder loop door de koepelgang, welke een en al rust uitstraalt, zie ik waar het allemaal om te doen is, een ronde binnenplaats met in het midden een fontein waaruit water komt met rondom allemaal kraantjes en bankjes om te zitten en je voeten te wassen. Om deze reden zou ik bijna op de traditionele manier naar de wc willen en daar mijn voeten wassen, naast een Indiaase vrouw met haar kleurige sari. Maar ik kies toch maar voor mijn vertrouwde versie van een wc bezoekje, welke voor de Arabische begrippen ook zeer netjes is.

Eenmaal boven mogen de badslippers weer in het rek en loop ik door. “Euhm I’m sorry? Are you going to pray?” Ik voel me gegeneerd, ik had het bordje even gemist. Al zou ik best wel graag een kijkje willen nemen in de bidruimte voor vrouwen, knik ik nee en loop terug naar de uitgang. Uit vak nummer 8 haal ik weer mijn sandalen. Waarna ik buiten nog wat foto’s schiet van de geweldige moskee met het water op de voorgrond. Ik kan er maar geen genoeg van krijgen. Zoveel moois in een gebouw.

Bij de uitgang mag de abaya weer uit. Eenmaal buiten gooi ik ook me hoofddoek af en doe mijn haar netjes. Weer even normaal hoor. Ik loop naar de buggy die me weer naar de uitgang rijdt. Dit keer zit ik alleen. De man sjeest naar de uitgang, maar kan niet door de poort. Hij maakt nog maar een rondje om de rotonde en vraagt dan of ik bij de andere buggy in wil stappen. Deze zit vol met een groepje jongens. “Do you like Moroccans?” Wat is dat voor vraag, denk ik bij mezelf. Ik gniffel. Hoe krijg ik het weer voor elkaar ik zit in een karretje vol Marokkaanse jongens. “I love Morocco”, geef ik als antwoord.

Ik mag uitstappen en loop naar de bushalte. Ik denk slim te zijn om aan de andere kant te wachten waar ik ben uitgestapt althans dat leek mij logisch, maar het tegendeel is waar, de bus terug gaat vanaf precies dezelfde plek. De bushokjes hebben trouwens, inderdaad airco. Bizar toch?

Eenmaal terug in mijn ‘hostel’ weet ik niet hoe snel ik mijn spullen moet pakken. Ik ben er helemaal klaar mee. Ik loop bepakt en bezakt naar het busstation. Man, wat een hitte. Het wordt al donker. Ik loop naar het busstation. Er gebeurt iets wat ik in mijn hele leven nog nooit gezien heb. Er staat een rij, om met de bus te mogen…

Eerst mijn kaart opladen, van omstanders heb ik begrepen dat ik gewoon mijn zilveren ov kaart kan gebruiken. Nadat ik er al geld op heb geladen blijkt dat mijn kaart alleen geldig is in Abu Dhabi en niet in Dubai . De Dubai ov kaart is ook zilver… Tja, dat geld dan? Ik loop naar een loket waar ik eerst in de rij moet staan, om vervolgens te horen te krijgen “this card is not refundable” Ja dat snap ik ook wel, maar dit is toch een stomme fout ik heb er net 30dirham opgeladen. Ik moet naar Dubai. De man schud nee. Ik wordt boos, “dus omdat mensen zo stom zijn en mij verkeerd informeren kan ik nu niet naar Dubai? Kunt u geen uitzondering maken?” Hij wijst naar het loket naast hem. Ik moet opnieuw in de rij en krijg dan mijn geld. Daarna moet ik weer in de rij bij het eerste loket om een Dubai kaart te kopen. Kan het nog moeilijker?

Vervolgens sta ik in de rij met mensen te wachten tot de bus naar Dubai komt. Er komen er twee aanrijden, maar ik ben nog niet aan de beurt. Ik moet nog een half uur wachten voor de volgende bus komt en ik in mag stappen. In de rij voor een bus, ik blijf het gek vinden…

 

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie