Trekkingsdag 25, Namche ‘thuis’

Trekkingdag 25, Namche ‘thuis’, 15-11

Het laatste stuk lopen we samen. Ik weet de weg. Halverwege sta ik stil. Kijk! Een vogel met prachtige felle kleuren, hupst heen en weer tussen de struiken. Marina heeft hem net gemist, maar even laten zien we hem nog een keer. Ik geloof dat dit een Danphe is! dit zal ons vast geluk brengen.

In Namche is net de school uit en we zien schattige kleine kindjes in uniform samen met ons de berg af lopen. Terug naar huis. Wouw wat schattig. Onze moedergevoelens spelen op.
Beneden aan de trap scheiden onze wegen. Marina wilt terug naar haar ‘eigen’ lodge daar heeft ze nog wat spullen achter gelaten. Ik kan niet anders dan terug naar Danphe, ook ik heb daar wat spullen achter gelaten, maar veel belangrijker mijn vrienden!

Er is niemand dus ik zit aan de bar. Op de kruk naast die van ‘Hazel’. Ik denk terug aan die ene avond, ik gniffel. Ik wil haar zeker nog eens zien, wat een bijzondere ontmoeting. Sebash komt op me af gelopen. “Je bent terug!” “Ja natuurlijk ben ik terug!” Ik geef hem een knuffel.

Hij rent vrijwel meteen naar achter, ik ga even wat voor je in orde maken. Na een tijdje komt hij terug. Ik bestel eerst een thee en dan brengt hij me mee naar achter. “We hebben eigenlijk geen kamers meer vrij, maar je mag in onze meditatie ruimte slapen.” Ik lach, de manier hoe hij het brengt is alsof het iets heel bijzonders is. Waarschijnlijk is het ook alleen, omdat ik het ben. Het is een kamer die is bekleed met stof van de pooltafel. In de hoek staat een massagebank en daarnaast een bed waar ik kan slapen, aan de muur hangen speciale mandala tekeningen. Ja, het zou best een meditatieruimte kunnen zijn. Is het oke? Mijn neusgaten vullen zich met een aangename wierook geur. Ja perfect toch!

Ik gooi mijn tas neer op de massage tafel, haal mijn slaapzak eruit en installeer alles voor de nacht. Dan ga ik terug naar de bar. Ik ben kapot, opgelucht maar ook trots! Sebash dacht dat ik al verder beneden was, maar dat is niet zo. Nee natuurlijk niet, hoe kan ik Namche nou missen? Dat kan toch niet! Ik dacht misschien is er iets gebeurt waardoor je met een heli naar beneden was gegaan. Welnee. Maar eigenlijk ben je vroeg, Nipen dacht dat je overmorgen pas hier zou zijn.

Ik lach. “Nipen?” “Ja, hij is je heus niet vergeten hoor, de laatste dagen komt hij elke dag checken of je er al bent”. “Oh, please ik probeer hem nog even te ontlopen hoor.” Sebash: “Maar je weet dat hij je zal vinden, zeker hier. Het is niet echt een goede plek als je iemand wilt ontlopen denk je niet?” Ik lach, nee, maar voor nu laat ik het even zo.

Vanavond KFC! Maar eigenlijk heb ik nu al trek. Chips chilly! Ik vergeet te zeggen, not so spicy, please. Maar het is al te laat. Ik ben na die dagen in de bergen met het saaie voedsel ook niks meer gewent. Hier neem wat water, Sebash brengt m’n waterfles. Ik lach hahaha wat ben je ook een schat. “Je moet ook niet zo snel eten”, zegt hij. “Maar ik heb honger”, lach ik. Ik wil het liefst alles te gelijk bestellen, maar om te vieren dat ik terug ben bestel ik een hot rum punch, met extra honey… honey. Het is een stom plagerig grapje, die Sebash wel kan waarderen. Hij lacht, “komt eraan dear”

“Zeg heb ik nog wat gemist? Vette roddels ofzo?” Hij moet even nadenken. “Nouja we hebben jou inelkgeval gemist.” Ik lach, dat is lief. “Geen roddels?” “Hmmm, oooh wacht, je hebt het Tihar gemist. Oh dat was een vette avond we gingen allemaal dansen en hadden een gekke avond. Je had erbij moeten zijn joh was te gek. Heb jij Tihar geviert?” “Ik was helemaal vergeten wanneer dat was, nee boven in de bergen vieren ze dat niet ik heb het volledig gemist, ach wat jammer dat leek me juist zo leuk.” “Ach, volgend jaar weer toch”, knipoogt Sebash. “wie weet!”

Nipen komt de bar binnen. Pff, wat moet ik nou? Hij heeft me heus wel gezien. Hij zit aan de bar met een glaasje jack. Ik zit bij de kachel. Hij komt geen eens gedag zeggen. Na een tijdje kan ik het niet langer aanzien. Ik stap op hem af! He! “Hey” zegt hij, “je bent terug.” Ja. Ik zit naast hem op ‘mijn’ barkruk. “Ben je nog boos?” “Nee” “Kom hier”, ik geef hem een knuffel, “je moet niet zo raar doen. Het is weer goed toch?” “Ja! Wat drink je?” Ik heb nog hot rum punch. Na mijn laatste slok. Krijg ik een jack & coke voor me neus geschoven. We lachen. Het is weer goed.

De verdere dagen ben ik vooral bezig met schrijven in de zon op het terras. Ik werk vrijwel de hele menukaart van Danphe af en help Sebash met zijn cocktail repertoire. Ik speel zelfs pool met een tweetal Engelse jongens. Ik lach me suf, ik bak er niks van maar een van de twee is zelfs nog slechter dan ik. Ach ze betalen mijn cocktail en ik heb een leuke avond.

Het is weer als vanouds, ik blijf mijn weg naar beneden maar uitstellen. Op de ochtend dat ik eigenlijk weg zou gaan, slaap ik veelte lang door. Ik ben ook wel echt heel moe, na zoveel dagen in de bergen. Met het excuus ja nu is het al te laat om nog weg te gaan, blijf ik nog één laatste nacht. De volgende morgen sta ik vroeg op, ik heb al afscheidt genomen, zodat ik nu weg kan sneaken zonder dat mensen mij nog proberen over te halen langer te blijven.

Als laatste ga ik toch nog even langs het winkeltje van Nipen. Ondanks hij af en toe wat vervelend was, bedoeld hij het allemaal goed. In plaats van een afscheid zeg ik, tot snel weer. Ik hoop echt nog eens naar Namche en Everest terug te keren, het is een geweldige plek!

 

 

follow us:
Facebooktwittergoogle_pluspinterestrssinstagram

Geef een reactie